Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CELEBES.

463

zoutpanncn, tengevolge der zandbanken voor de kust tooh eene onbeduidende plaats (360 inwoners; Graafland); door een grooten weg zuid westwaarts is het met den weg Menado-Kema verbonden. Eveneens van geringe beteekenis zijn ten naastenbij ahe andere kustplaatsjes buiten Menado, zoowel ter noord- als ter zuidkust, als: Tanahworujko, Amoerang, Belang en Kema.

Het verkeer met de buitenwereld concentreert zich vooral te Menado (zie aldaar), al kan men de plaats niet altijd even gemakkelijk bereiken.

In het binnenland van het vruchtbare, met goede wegen voorziene gewest woont een talrijke bevolking, die door verdienstelijke zendelingen voor een groot deel tot het Christendom bekeerd en tegelijk daarmede aan werkzaamheid gewend werd. Het meer regelmatige van hun leven spiegelt zich af in de menigte van nette, soms zeer volkrijke en welvarende negorijen, die met haar rechte straten, door heg en: tuin omgeven, in het groen en rozen gelegen huizen, haar markten of pleinen en logementen of pasangrahans, kerkjes en scholen, een zeer aangenamen indruk maken. Natuurlijk worden zij het talrijkst in de nabijheid van het meer Tondano aangetroffen, waar landbouw en visscherij beide middelen van bestaan vormen, doch ook op eenigen afstand daarvan is' het aantal dier negorijen in de zeer vruchtbare streek nog zeer groot. De voornaamste dier negorijen, welke wij hier slechts met een enkel woord kunnen vermelden, zijn: Lotta, Tomohon en Sonder, alle drie aan den weg van Menado door het bergland zuidwaarts, Kakos, aan den Zuidoever van het meer van Tondang, en het ten Z.W. daarvan te zoeken Langowan (766 M), eindelijk Tompasso en Kawangkoan, die enkel als hoofdplaatsen van districten moeten genoemd worden. De eenige groote plaats in het binnenland is Tondano, met bijna 11.000 zielen, waarvan ruim 10.000 Christenen (zie aldaar).

Het tweede terrein, waar zioh in de residentie Menado de bevolking concentreert, is bewesten de Minahasa tot en met Bwool en Tomini te zoeken in de vlakten van Mongondou, Lambotto, Pagoejama en Baoelemo of in de rivierdalen en aan de kust. Natuurlijk hoopt zich die bevolking het sterkst op te Gorontalo (zie aldaar). Bn' Gorontalo staan alle voidere plaatsen verre in beteekenis ten achter; dezè liggen in de niet bijzonder vruchtbare vlakten.

Men kan hier noemen, in de dichtbevolkte vlakte yan Mongondou of liever in die der Ongkag en Doemoga, samen de Lombagin vormende, Bolaang Mongondou, aan de Noordkust en iets ten O. der monding van de Lombagin; hoewei zetel van verschillende inlandsche bestuurders, is het eene onaanzienlijke plaats van 30 a 40 huizen en rttim 1000 inwoners; de dubbele naam der streek Bolaang-Mongondou wijst op de vereeniging van de kuststreek Bolaang met het bergland Mongondou, die door een op den bergrand staanden oerwoudgordel zijn gescheiden, voorts Popo, Pontodong en Biga, doch vooral Kota bangon en Kota baroe, alle in het hart der vlakte tusschen het hooge plateau van Poigar en het Mongondou gebergte, in het bovenstroomgebied der Ongkag, gelegen; in het dal of de vlakte der Doemoga de dórpen Doemoga besar en Doemoga ketjil en verder het meer westelijk gelegen Doeloedoeo; Bolaang Oeki, de hoofdplaats van het ten W. van Mongondou gelegen en daarvan afhankelijk landschapje van dien naam aan deNoorkust; BolaangItam, Atingola en Kaidipan, alle drie hoofdplaatsen of zetels van radja's en rijksgrootén der landschappen van dien naam, maar overigens zonder eenige beteekenis en

meestal door 4 a 500 inwoners bewoond. Voorts moeten aan de Noordkust nég vermeld worden Kwandang, Soemalata en Paleleh ten W. van Kwandang gelegen (zie onder GOUD), Matinang, waarnaar de Sarasins (deel I, blz. 178) het achterliggende gebergte genoemd hebben, en eindelijk Bwool. De tonneninhoud der aangekomen ën vertrokken schepen samen te Kwandang, Paleleh en Bwool was in 1914 respectievelijk 566.000, 782.000 en 294.880 M».

Aan of bij de Zuidkust liggen eenige hoofdplaatsen van landschappen, bijv. Tilamoeta, de hoofdplaats van de onderafdeeling B'oalemo, Pentadoe, Pagoeat, de zetel van het landschap van dien naam, Marissa (bekend uit de reizen der Sarasins I 190), Moo'èton, en Toeladenggi. Het bij de meren van dien naam gelegen Bolano bevindt zich ^ 16 K.M. ten W. van Toeladenggi. Westwaarts van Bolano, op ca. 15 uur afstand van Mooëton, ligt Tomini, in welks nabijheid (van het gehucht Woja uit) een weg van -J- 36 uur gaans en met een pashoogte van ruim 1300 M. dwars over het gebergte naar Boeloetong aan de baai van Dondo voert. Die weg moet, naar berichten der inlanders, beter zijn dan de verbmding Parigi-Paloe. Ten Z.W. van Tomini hgt de onbeduidende negorij Palasa, met naburige vestigingen slechts 50 huisgezinnen of 250 zielen tellende. De steile zeebodem biedt nergens veiligen ankergrond en hevige valwinden kunnen er heerschen. Belangrijker is Tinombo, ten Z.Z.W. van Palasa, waar men op -f- 300 M. uit den wal in 40 M. diepte kan ankeren; met naburige gehuchten telt het 180 huisgezinnen of 900 zielen en van daaruit wordt, over Tomini, tabak naar Dondo gevoerd en tegen lijnwaden en opium ingeruild. Die tabak wordt door de bergbewonende bevolking verbouwd. Verder zuidehjk hggen nog eenige negorijen (Sigenti, Kasimbar, Torïboeloe, Ampibaboe, Parigi en Saoesoe), die eenige beteekenis hebben voor den handel in boschproducten. Onder deze neemt Parigi de eerste plaats in door den handel met Paloe en als residentie van den radja en de voornaamste hoofden van het landschap van dien naam; daar woont ook de controleur der onderafdeeling Parigi, die in het Zuiden grenst aan de onderafdeo- ' ling Poso. In de hoofdplaats Poso, als Ned, vestiging nog nieuw, is de soheepvaartbeweging nog niet belangrijk, zelfs nog iets minder dan te Parigi (Parigi 178.000 M3 aangekomen en vertrokken schepen, Poso 173.000 M'.) Er is gebrek aan water; door putboring traoht men in de behoefte te voorzien.

De bevolking der Poso-streek is, zooals die op geheel Celebes, dun; in de Poso-depressie wonen 15 menschen per K.M2, ende löstammen der Baréesprekende Toradja's samen tellen zeker niet meer dan 40.000 zielen (Adriani, „Maatschappelijke, speciaal economische, verandering der bevolking van MiddenCelebes, sedert de invoering van het Ned.gezag aldaar," voordracht 17 April 1915; T. A. G.1915,457).

In het binnenland van de afdeeling MiddenCelebes vinden we bewesten de Poso vallei de vlakten van Napoe, Besoa en Bada.

Het voornaamste der 6 dorpen van de To Besoa in de vlakte van Besoa, te zamen met ruim 1400 zielen, is Dodo, in den Zuidoosthoek; als oudheden merkwaardig zijn, ook in Napoe, groote steenen potten, steenen beelden en steenen met ronde gaten gevonden. In de vlakte van Bada vindt men de dorpen Bada-mpoe'oe (bij de Sarasins Badagajang) of Bada-Kaia (Groot Bada), Boelili en Gintoe; steenen overblijfselen vindt men ook hier. De bevolking van dit landschap vond bn' al de onderzoekers zoowel om de lichaamsvormen als om de schilderachtige foeja-

Sluiten