Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

INLEIDING.

periode voor het ontluiken en opbloeien van den Hollandsch-Zeeuwschen Oostzeehandel. Daarmede is ook het verschil aangewezen tusschen de zoo belangrijke bronnenpublicatiën van het bovengenoemde Verein, en een publicatie, welke door Nederlanders tot stand gebracht zou zijn. Bovendien gaan in de publicatiën van het Hansische Verein de op Nederland betrekking hebbende stukken veelal te loor onder tal van andere, die voor de geschiedenis der Hanze wel, doch voor die van den Nederlandschen handel geen belang hebben. Dit is vooral in de zeer uitgebreide serie der Hanserecesse het geval. Naast deze bronnenpublicatiën zijn nog heel wat voor de geschiedenis van den Nederlandschen Oostzeehandel in de middeleeuwen belangrijke stukken te vinden in de oorkondenboeken van vele Duitsche Hanzesteden en Hanzegebieden en in enkele Scandinavische bronnenpublicatiën. Zoo kan, tenminste voor het tijdperk der middeleeuwen, de oogst aan reeds gepubliceerde stukken zeer rijk zijn; de nog niet gepubliceerde gegevens, nog in de archieven verborgen, zullen slechts een aanvulling bij dit materiaal vormen.

Hiermede is het verschil aangewezen tusschen het nu verschijnende eerste deel der „Bronnen tot de geschiedenis van den Nederlandschen Oostzeehandel", dat de middeleeuwen omvat, en de volgende later te verschijnen deelen, welke de geschiedenis van dien handel in de 16e tot en met de 18e eeuw zullen toelichten. In het voorliggende deel zijn voor het grootste gedeelte reeds elders uitgegeven stukken verzameld, terwijl de nog niet gepubliceerde slechts een aanvulling vormen. In de volgende later te verschijnen deelen zal de verhouding juist omgekeerd zijn: het reeds elders gedrukte materiaal zal steeds geringer plaats innemen"; het publiceeren van onuitgegeven stukken zal dan meer en meer hoofdzaak worden. Het nu verschijnende deel vormt als het ware het fundament voor het op te trekken gebouw.

Zooals gezegd is, omvat dit eerste deel het tijdperk der middeleeuwen. Oorspronkelijk was vastgesteld, dat de stukken tot het jaar 1530 opgenomen zouden worden. Het Hansische Geschichtsverein heeft dat jaar als eindpunt voor zijn beide groote publicatiën, het Urkundenbuch en de Recesse, aangenomen. De Recesse zijn dan ook tot dat jaar gevorderd, doch die publicatie wordt, naarmate het eindjaar bereikt wordt, voor de handelsgeschiedenis van de Nederlandsche gewesten van steeds minder belang. Daarentegen is het zoo hoogst belangrijke Hansische Urkundenbuch slechts tot 1500 gevorderd *). Om dus het eerste deel

1) Het elfde deel, omvattende de jaren 1485—1500, is verschenen, te laat evenwel, om er voor onze publicatie gebruik van te kunnen maken.

Sluiten