Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROMEINSCHE BOUWKUNST.

431

DE MONUMENTEN.

Steden en groepen. De romeinsche bouwkunst heeft van den grootschen zin die haar beheerschte, kunnen getuigen bij den aanleg van indrukwekkende steden en stadswijken, waarbij de afzonderlijke monumenten werden vereenigd tot een samenhangend en stelselmatig geordend geheel. Machtige opgaven werden haar daarbij gesteld in de middelpunten van het maatschappelijk leven, maar ook onder kleinere omstandigheden, bij de stichting der tallooze kolonies in de wingewesten, werd het architektonische beginsel gehandhaafd 1).

In Rome, was de grootste glans samengetrokken 2). Daarnaast schitterden Alexandrië, Antiochië, Seleucia, Palmyra, het herrezen Karthago, terwijl de romeinsche stedenbouw zijn hoogtepunt bereikte bij den aanleg der nieuwe keizerstad Konstantinopel (330). Het type van den oriëntaalsch-hellenistischen aanleg werd daar door de Romeinen aangehouden. Maar op kleine schaal waren niet minder kenmerkend de gewestelijke centra als: Nimes," Arles (Arelate), Sevilla (Hispalis), Keulen (Colonia Agrippina), Trier (Colonia Augusta Treverorum 3), dat gedurende korten tijd keizerlijke residentie was, het engelsche Silchester, het algiersche Timgad (Tamugadi) en tallooze andere steden, in wier stratenloop de rechthoekige romeinsche aanleg nog nawerkt. Het aantal der romeinsche stadsstichtingen is legio. Het onderzoek der laatste jaren heeft de kennis aanmerkelijk verruimd, in de eerste plaats van Rome zelf. Deze stad trekt meer dan eenige andere de aandacht tot zich.

Twee tijdrekeningen geven haar stichtingsjaar aan. De Catonische noemt 752 v. Chr., de Varronische 754 v. Chr., eene nieuwe lezing echter 15 April 753 v. Chr.

De tegenwoordige stad beslaat slechts een klein gedeelte der antieke. Het getal inwoners van Rome in den keizerstijd valt moeilijk met juistheid te bepalen. Doorgaans neemt men aan, dat het bevolkingscijfer der stad toenmaals tusschen 1 en U/a millioen heeft bedragen. De omvang der stad wordt door Plinius, op grond eener onder keizer Vespasianus (70—79 n. Chr.) uitgevoerde opmeting, op 13,200 passen of omtrent 24 K.M. opgegeven. Hierbij verdient evenwel in aanmerking te worden genomen, dat Rome ook buiten de omwalling door een wijden kring van huizen en villa's was omringd, die feitelijk aan de stad een veel grootere uitbreiding gaven. De beruchte, nu geheel verlaten romeinsche Campagna, die zich om de stad uitstrekt, was destijds over een groote uitgestrektheid met parken, tuinen en villa's, ja zelfs met steden en dorpen bebouwd. Rome breidde zich over zeven hoogten uit, die in bergen (montes) en heuvelen (colles) werden onderscheiden. Gene, meer in het zuiden gelegen, waren: de Palatinus, de Capitolinus, de Aventinus,

1) F. Haverüeld. Town planning in the roman World. Transactions Town planning conference. London. 1911.

2) A. Desgodetz. Les édifices antiques de Rome. Paris. 1682, 1693 en 1779.

B. Piranesi. Le Antichita Romane. Roma. 1756.

G. Valladier. Raccolta delle piü insigne fabbriche di Roma. 1826.

E. Platner, C. Bunsen, E. Gerhard, W. Röstell, L. Urlichs. Beschretbung der Stadt Rom. Stuttgart und Tflbingen. 1837.

L. Ganina. Architettura Romana. Roma. 1843—1844. L. Canina. Gli Edifici di Roma antica. Roma. 1849—52.

C. Ziegler. Illustrationen zur Topographie des alten Roms. Eszlingen. 1877. Fr. Reber. Die Ruinen Roms und der Campagna. Leipzig. 1879.

J. G. Parker. Tbe architectural history of the city of Rome. London. 1881. B. Piranesi. Ausgewahlte Werke. Ansichten von Rom. Wien. 1888.

H. Strack. Baudenkmaler des alten Roms. Berlin. 1890.

R. Lanciani. The Ruins and excavations of ancient Rome. London. 1897. R. Lanciani. New tales of old Rome. London. 1901. A. Samuel. Piranesi. London. 1910.

T. Ashby. Rome. Transactions Town planning conference. London. 1911.

3) G. W. Schmidt. Baudenkmale der römischen Periode und des Mittelalters in Trier nnd seiner Umgebung. Trier. 1836—45.

Sluiten