Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROMEINSCHE BOUWKUNST.

449

van den koepel volgens de nieuwste opmetingen 43,12 M. boven den vloer gelegen is, bedraagt de spanning 43,42 M. Zoodoende wordt de eene helft van de hoogte der zaal door het gewelf, en de andere door de rechtstandsmuren ingenomen, aan welke verdeeling door een statige impostlij st bijzondere nadruk is verleend. In weerwil van de betrekkelijk geringe hoogte der zaal toonen hare verhoudingen zich niet drukkend en zwaar, maar wekt de stout boven de wijde ruimte zwevende koepel juist door zijne lichte en sierlijke verschijning de onverdeelde bewondering. (Om van de reusachtige afmetingen der koepelzaal een denkbeeld te geven, zij hier vermeld, dat behoudens het hoofddak, de geheele dwarsdoorsnede van den dom van Keulen zoowel in de hoogte als in de breedte binnen het inwendige profiel van het Pantheon valt!)

Aangezien door Vitruvius (V, 11) voor het Laconicum, of de voor het zweetbad bestemde zaal der romeinsche thermen dezelfde verhoudingen — namelijk eene met

Aa m;AA0u;;„ 4»« kof

gewelf overeenkomende hoogte — zijn voorgeschreven, terwijl volgens dien schrijver voor de verlichting eene, door een bronzen schild sluitbare opening in de kruin van het gewelf kan worden aangebracht, werd door de soortgelijke inrichting der zaal van het Pantheon niet weinig de zienswijze gesteund, volgens welke het gebouw oorspronkelijk tot badzaal van de thermen van Agrippa was bestemd.

In hoeverre de tegenwoordige binnenordonnantie, wat détails betreft, nog oorspronkelijk is, valt niet in allen deele met zekerheid te beslissen. Uit oud-romeinschen tijd dagteekenen zuilen en pilasters, die het onderste en tevens grootste gedeelte der rechtstandsmuren verrijken en wier aanwezigheid met de groote wandnissen in verband staat. Van deze acht nissen, die, deels halfrond, deels rechthoekig in de buitenmuren zijn

aangelegd, vormt een e den

Afb. 469. Doorsnede van het Pantheon.

ingang, terwijl de daartegenover liggende door aan weerszijde geplaatste kolommen als hoofdnis was gekenmerkt. De godenbeelden, welke oorspronkelijk in deze nissen stonden, hebben reeds meer dan duizend jaren geleden voor altaren plaats gemaakt. Elke dezer 8,2 M. breede wanddoorbrekingen is wederzijds door een korinthische pilaster begrensd, terwijl tusschen deze pilasters twee kolommen van dezelfde orde zijn geplaatst. (De kolomschachten zijn 8,8 M. hoog, hebben beneden 1,13 en boven 1,0 M. middellijn; de hoogte der kapiteelen bedraagt 1,39 M., die van het hoofd'

Bouwstijlen. 29

Sluiten