Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

422

VERKLARENDE WOORDENLIJST.

berechten metten scepenen voirseijt op een boete van II schellingen zwarten"; „ende alle twisten die ghevallen sullen binnen den voirseijden lande ende sinen beriwereke

• int ghemeijne, die sal men beteren int ghemeijne, ende die ghevallen sullen int gheheele, die sal men beteren int gheheele, ende berechten metten dijegrave ende sceponen voirseijt ghelijc als srjt ordineren sullen, tot XXVII schellingen zwarte toe"; „ende alrehande oerbaren die men doen sal binnen deser (sic) voirseijder vorsen lande ende beriwereke ende die ghescien moghen tot ee(n)ijgher tijt, daer orbare an gheleghen is deser voirseijder vorsen lande ende beriwereke, sal men doen bij rade des dijckgrave ende scepenen voirseijt ende der meester meninghen van des lants luijden voirseijt"; „ende alrehande orbare die men doen sal binnen deser vorsche ende beriwereke ende die ghescien mach tot enigher tijt, daer orbare an gheleghen es deser voirseijder vorsche ende beriwereke, sal men doen bij rade des dijegrave ende der scepenen, ende si moghen daertoe roepen die sij willen".

Bercijwercker, bereijlioercker 65, 76 zie de Toevoegsels en verbeteringen.

Berm strook grond met horizontaal of nagenoeg horizontaal bovenvlak, dienende tot steun van een daarboven gelegen talud of glooiing van een dijk of ander aarden lichaam. Zie verder de verklaring in het tractaat zelf op blz. 148.

Berooven zie rooven.

Berrije 205, 206 vloer. V.

Beschadigen 63, 75 in rechte aanspreken?

Bescheren afzetten, plukken. Beschudden, beschutten 79 besehermen;

216, 339 afweren. Beslaen 39, 54 beweiden; 243 opslaan,

opstapelen ? Besneden nauw, beperkt. Besorgen vreezen. Besoucken beproeven. Bestandt maken vrede, wapenstilstand

sluiten.

Bestedinge aanbestedingsperceel.

Betame voegzaam, gepast. Beuselen 309 den gek steken ? Beverschen, bevorsen door het leggen

van dijken enz. aan het zeewater

onttrekken; bedijken, dichten enz. Beuinterdijcken van een winter — d. i.

volslagen zeedijk voorzien. Bleek, bliek nog onbegroeide aan- en

opgewassen, boven water gelegen,

grond.

Blockeel 177, 178, 245 wellicht zooveel als: horizontaal balkje, waarop een as rust. V.

Bodemgeit inkomend recht op bier.

Boij, Boije (Jan) 104, 105, 113, 123, 307 zie boijen.

Boijen 56, 103, 104, 112, 123, 279, 313. Dit woord wordt in de woordenboeken niet vermeld. Aan de beteekenis van: den baas spelen, gelijk die voorkomt in de uitdrukking „Jan Booi is baas" d. i. Jan Rap speelt er den meester (Woordenb. der Ned. Taal III, 34), valt op de aangehaalde plaatsen niet te denken, dankt mij. Veeleer schijnt het woord daar gebruikt in den zin van: op het dreigement van staking door de aannemers en polderjongens hun aannemingssommen en daggelden verhoogen.

Boockhamer hamer om te beuken.

Bord, borderen plank, van planken.

Borrie berrie.

Bot plotseling, eensklaps.

Bot bieden, bot geven speling, ruimte van beweging geven.

Bots pal, rechtstreeks op.

Botte draagkorf.

Bouteijnde stoppel- of aardeinde.

Boutis steen die met de langste zijde naar buiten in een muur wordt gemetseld, Fransen boutisse.

Boutsteen steen, die mot den kop naar buiten in een muur wordt gemetseld.

Bovenbaerd zie baerd.

Breucke vergrijp, overtreding.

Bridse bres.

Bruijsderrie 214 hetzelfde als moeck, zie

dat woord. Bruijssig uit bruijsderrie samengesteld. Buet gebouwtje, dienende tot bergplaats

of ook wel tot woning (boet). Buijck (van den dijk) dijkslichaam. Buijckvast zijn vaste woning hebbende.

Sluiten