Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3°- Drentia.

Was tot dusverre de Historia Episcopatuum onze hoofdbron voor de patroonsheiligen der parochies, voor Drente en Friesland laat die ons te dien opzichte nagenoeg geheel in den steek en zijn wij daarvoor aangewezen op de verspreide berichten in de institutieregisters van St. Marie, de Beneficiaalboeken, enz. en voor Vollenhove op de Acta Visitationis.

Aan de bespreking der afzonderlijke parochies is het zaak die van de noordoostelijke grens te laten voorafgaan, omdat ze alle parochies aan die zijde betreft.

Zooals bekend is, dagteekent de tegenwoordige noordoostelijke grens van Drente, de zoogenaamde Semslinie, van 1612 en haar oostelijk einde, de Koningsraai, zelfs van 18171). Haar geschiedenis is meer dan eens uitvoerig uiteengezet, laatstelijk door Y. Zijlstra2), waardoor nog.eens ten. overvloede is gebleken, dat ze niet het minste verband hield met de vroegere, historische grens. Een nader onderzoek naar deze, door mij met hulp der heeren Mr. P. G. Bos en Y. Zijlstra ingesteld, heeft het volgende verrassende resultaat opgeleverd.

Langs de parochies Noorddijc, Middelbert, Engebert en Westerbroec is de grens niet veranderd: eerst de Thesinger maar en de Borgsloot en daarna, langs Westerbroec, de Borg weg zullen wel van den aanvang af de grens van Drente hebben uitgemaakt, daar de dorpen ter weerszijden ervan uit den tijd dagteekenen, dat Drente onder Utrecht stond, en vrij dicht bij de grens liggen. Bij Westerbroec echter begonnen reeds de uitgestrekte venen, die Drente aan de oostzijde geheel afsloten, en waar de dorpen ter weerszijden op groeten afstand van elkander lageh. Zoolang die venen woest bleven, ontbrak het belang eener gedetailleerde afpaling der grens, en vandaar dat, toen in het laatst der i6e eeuw met ontginning op grootere schaal een

1) r. Schuiling in Tijdschr. v. Gesch., Lnnd- en Volk. xi 113.

2) Nieuwe Drentsche Volksalmanak, 1905, 4e sqq.

Sluiten