is toegevoegd aan uw favorieten.

Journael van de reis naar Zuid-Amerika (1598-1601)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LXXXVII

stad door hem in brand werd gestoken evenals de suikermolens, die onder weg werden aangetroffen. Twee dagen later werd koers gezet naar het Zuiden, voordat de Portugeezen met hun maatregelen om hem gewapenderhand te verdrijven, gereed gekomen waren.

Geweldige stormen dreven in het begin van Februari de kleine vloot uiteen. Bij die gelegenheid werd men voor goed gescheiden van de Daintie. Eerst den 18den Maart trof Cavendish met de Leicester, inde baai van Port Desire (ca. 48° Z. Br.) de andere drie schepen weder aan. Ten gevolge van muiterij op zijn eigen bodem, ging hij aan boord bij Davis op de Desire, en zoo werd twee dagen later de reis naar de Straat vervolgd. Bij voortduring met de elementen kampend, kwam men daar binnen. De geest der bemanning werd er niet beter op. Allen hadden verschrikkelijk te lijden van de guurheid van het weder en onvoldoende voedsel. Maar wat het ergste was, Cavendish zelf bleek, wellicht als gevolg van de doorgestane ellende, ongeschikt te zijn geworden, om in deze moeilijke omstandigheden het bevel te voeren;

Hij bleef op de Desire, en besloot, na van 21 April tot 15 Mei 1592 inde Straat vertoefd te hebben, tegen den wensch der zijnen, den steven te richten naar de Kaap de Goede Hoop. Door Davis op het bezwaar gewezen om dezen langen tocht met zoo geringe manschap en zoo onvoldoende middelen te ondernemen, moest hij zijn plan wijzigen, en nu aan boord van de Leicester teruggekeerd, op de kust van Brazilië aanhouden. Maar den 3 os ten Mei veranderde hij weder van inzicht en stuurde hij opnieuw zeewaarts. In de duisternis raakten nu ook de Desire en de Black Pinnace van hem af, zoodat slechts de Roebuck bij hem bleef.

Davis trachtte tevergeefs sijn bevelhebber weder te vinden; eerst wachtte hij hem in Port Desire, en daarna zocht hij hém in de Straat. Deze doorgezeild zijnde, deed hij tot driemaal toe een poging, om in den Indischen Oceaan te komen. Daarbij ging de Black Pinnace verloren, waarna hij met zijn gehavend schip en uitgeputte bemanning, weder in Port Desire binnenviel. Na zeven weken uitgerust te hebben, werd de reis langs de kust van Brazilië hervat tot hij kwam aan het eiland Placencia, niet ver van Ilha Grande (tusschen het eiland S. Sebastiao en Rio de Janeiro), dat meermalen voor het innemen van ververschingen werd aangedaan. Daar werd den gden Februari 1593 een deel der bemanning, dat aan land was gegaan om

1) Volgens Vainbagen (Dl. I p. 301) telde S. Vicente omstreeks dezen tijd ongeveer 80 kolonisten, en Santos weinig meer.