is toegevoegd aan uw favorieten.

Reizen in Zuid-Afrika in de Hollandse tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64

don *) die met ons reysde; en waren ten half twaalf uureil over de veerthiende bogt of spruyt van die rivier, toen wy 's namiddags ten half twee uuren ons leger opsloegen ter plaatse van Daniël Hugo. Zo als wy

Maandag den 7de do. wanneer het mooy weder bleef aanhouden,

1) De Nederlander Robert Jacob Gordon kwam in Junie 177711H Nederland inCompagniesdienst in Zuid-Afrika. Hij bereisde het binnenland, bezocht de Grote Rivier,reisde in 1778 met Goeverneur Joachim Baron van Plettenberg. in 1779 met Luitenant Paterson en was, voorzover bekend is, de eerste Europeaan, die de mond van de Grote Rivier zag, en de naam veranderde to Oranjerivier. Paterson.Op. cit.p. 113, vermeldt over 17 Augustus 1779: In the evening we launched Colonel Gordons boat and hoisted Dutch colours. Colonel Gordon proposed fitst to drink the States' health, and then that of the Prince of Orange, and the Company; after which he gave the river the name of the Orange River, in honour of that Prince."

Gordon had, na tot Kolonel opgeklommen te zijn, het bevel over de troepen aan de Kaap in 1795. Zijn liefde tot het Oranjehuis blijkt onder meer uitzijn dood: hetnietkunnende aanzien, dat de Kaap in Britse bewaring kwam, zonder dat uit iets bleek, dat waarlik voor en namens de Prins van Oranje het bestuur werd gevoerd, maakte Gordon in de nacht van 5 Oktober 1795 een eind aan zijn leven.

Zijn tijdgenoten kenden hem als een naturalist van betekenis en over de gnoe heeft hy de eerste berichten van waarde naar Europa gezonden. Naar hem heeft een der Zuid-Afrikaanse aasplanten nog de wetenschappelike naam „Stapelia Gordoni." Van de giraffe zond hij de eerste goede tekeningen naar Europa en naar bet kabinet van de Prins van Oranje een giraffe skelet Onder een tekening schrijft hij: „Dit is het skelet het welk ik na den Haag gesonden heb, edog het is slegt opgeset, zijnde veels te laag van agteren.en heeft bogten in den hals, hetgeen het dier niet heeft, maar wel recht op of schuins voor uit."

Als gids op Van Plettenberg'»»»** was hij de aangewezen man; in 1777 had hij de Sneeuwberg bereikt en de Grote Rivier gezien op ongeveer 96° O.L. Een drift was niet te vinden en zo kon de overzijde niet worden bereikt van de rivier, die later van Gordon een naam, aan bet Oranjehuis ontleend, zou ontvangen. Van een kopje af was te zien dat de rivier ah de samenvloeiing van twee stromen ontstond. Waar de terugtocht begon gaf men de naam: „Gordon-keerom-bergen."

Een zijrivier van de Oranjerivier doopte hij Wilhelminaasrivier naar 's Prinsen energieke gemalin en ook de Hertog van Brunswijk werd herdacht bij het geven van aardrijkskundige namen.

In een brief van Olof Godlieb de Wet aan Baron van Plettenberg van 30 Februarie 1786 leest men: „Collonel Gordon rijst weder over de Toppen der Bergen en door akelige en nooit te vooren bezogte kloven en Canalen, blijvende nog even vatbaar voor zodanige wonderbare zeldzaamheeden, als alleen voor iflne. ontdekkingen bloot zijn en te vooren nooit wierden gekend; hiermeede is hij nu al weder ruym drie maanden beezig geweest, zodat hij nog niet heeft moogen jouisseeren van den gereed staanden Triumphboog."

Naar Gordon heten verder nog Gordonsbaai en Gordonia.

De verzameling tekeningen, van Gordon afkomstig, kwam aan de Markies van Stafford en aan de vorige Hertog van Sutherland. Bij de veiling in 1913 werd de firma Maggs Bros, te Londen, eigenaar. Schrijver dezes slaagde erin een kommissie te vormen, die een bedrag bijeenbracht, benodigd om de verzameling voor Nederland te behouden. In 1914 kreeg de Gordonverzameling een plaats in 's Rijks prentenkabinet te Amsterdam.

Australië heeft. Gordon dankbaar te gedenken. In 1795 verkocht zijn weduwe „to the Commanders of the Supply and Reliance sloops of war some merinosheep, from which sprang the great wool production of Australia. These animals were derived from the cele-