is toegevoegd aan je favorieten.

Resolutiën der Staten-Generaal van 1576 tot 1609

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Betr. Spanje 1577.

240

in de bewaking van de magistraat van Brussel gesteld en de pensionaris der stad hiermede belast ') (B. i. d.).

7 December stelden de Staten een declaratie vast, dat ze don Jan niet meer als landvoogd beschouwden, maar als vijand van het land, en tegelijkertijd een ordonnantie, om al de goederen zijner aanhangers in beslag te nemen 2).

9 December verklaarden Sasbout, Bichardot en Boischot3) als excuses betreffende het plakkaat der coniiscatiën, dat dit (sc. de opstelling?) niet tot hun werkkring behoorde, maar tot dien van den gouverneur-generaal en den audiencier (B. i. d.).

148. R. 13 december 4). — Monsieur de Champeignay est requis de dresser lettres a Sa Saincteté et a Sa Mtó. Catholicque dont le premier poinct sera que Sa Mtó. soit servie de rappeller le Sr. don Jehan d'Austriche et advouer la dénomination du Sr. Archiducq Mathias au gouvernement général des pays de par déca 5).

20 December e) deelde Champagney mede, dat de minuut van den brief aan Philips TJ gereed was, „pour en faire rapport".

21 December: den zoon van Grobbendonck naar Philips TJ te deputeeren. — Aan Sylvius te schrijven, om aan de Staten 200 exemplaren van de justificatie tegen don Jan te zenden (B. i. d.).

22 December: besloten den zoon van Grobbendonck zonder verwijl naar Philips Dl te zenden met een brief, waarvan de minunt is gelezen en goedgekeurd (B. i. d.).

27 December wordt aan dén zoon van Grobbendonck voorgesteld de reis naar Spanje te ondernemen, waarin hij toestemt, zeggende, binnenkort te willen vertrekken (B. i. d. p. p.) f).

30 December: „arresté d'envoyer vers le Roy le filz de monsr. de Grobbendonk e)".

Directe betrekkingen met de Spaansche soldaten hadden de Staten in dit jaar weinig meer. Wat met hen voorviel, is te kennen uit de onderhandelingen met don Jan en daarbij vermeld. In deze onderaf deeling bhjft omtrent hen dan ook weinig meer op te nemen. Veel echter omtrent dé betrekkingen met de Hoog- en Neder-

1) In veel korteren vorm komt dit besluit op dezen dag nogmaals in de resolutiën voor. — In S. G. 3 hierbij i. m.: Mémoire d'advertir Sa Mw. dudict seel contrefaict et en demander sa bonne volonté.

2) Actes, n». 925 en 926; A. G., Aud. 659, fol. 60 en 62; Bor, I, 917. — Waarschijnlijk is het dit plakkaat, dat de Staten 11 Dec. veroorloofden te drukken aan Michiel van Hamont op diens request, op voorwaarde dat hij 300 a 400 exemplaren voor de Staten gratis leverde; nadruk binnen een jaar werd verboden op straffe van 30 patars boete per exemplaar (R. i. d.). Het plakkaat wordt in de resolutie niet nader aangeduid. — Cf. over de inbeslagneming der goederen ook Rubriek VIC.

3) Jean Richardot en Jean Baptiste Boisschot waren beide leden van den Geheimen Raad.

4) Ontbreekt in het register van den griffier; wordt hier medegedeeld naar S. G. 3.

5) Zie Rubriek VII. ' 6) Als noot 4.

7) In S. G. 3 op dezen datum: besloten den brief aan Philips II te zenden, zooals hij uit Antwerpen is teruggezonden; een instructie voor Grobbendonck's zoon op te stellen.

8) De brief aan Philips II, bij deze gelegenheid gezonden, is door mij niet aangetroffen. In A. V. Ypres, port. 41, is een fragment van een ongedateerde:) brief, die öf het eerste stuk van een andere redactie van den brief uit Oct. (hiervóór, p. 236, noot 4) óf dat van dezen brief moet zijn. De aanhef is: „Puisqu'il a pleu a Son Altesse nous couper tout chemin et espoir de parvenir a une bonne et seure paix"; verder volgt een uiteenzetting van de goede bedoeling der Staten, waarin niets nieuws, terwijl aan het einde sprake is van de toezending van het „discours sommier". Van don Jan's terugroeping of Matthias' erkenning is in dit fragment geen sprake.