is toegevoegd aan uw favorieten.

Karakter en genade

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

het ambtsgewaad, waarover verscheidene voorstellen gedaan zijn, daar weder vele gesprekken en beoordeelingen uit voortvloeiden. Op verzoek van Ds. Los wordt Rom. 14 aan de vergadering voorgelezen, daarna op verzoek van Ds. de Moen, Col. 2 : 16, 17.

Hierop is men tot beslissing overgegaan en het navolgende tot regel der kerk aangenomen.

„De vergadering besluit omtrent het gewoon gewaad der leeraren, dat men het zal behouden daar, waar men het in de Classen en Provinciën gewoon is en waar het afleggen ergernis zou geven; is zulks het geval niet, dat men het dan in de vrijheid late, echter met vermaning, dat dan zoodanige leeraars naar hunnen stand en burgerlijke landsgewoonten gekleed gaan, opdat het blijke dat waar consciëntiebezwaar hen zulks laat doen" (art. 58).

Hiertegen werd door De Moen en Wildebeest protest aangeteekend ; een protest zooals De Moen gewoon was ze te stellen, duidelijk, logisch, zonder omhaal van woorden. Dat het protest insloeg bleek uit het antwoord, op verzoek van de Synode door F. A. Kok gesteld en door de vergadering goedgekeurd en aangenomen, een antwoord dat veel geleek op het knoopen-tellen van kinderen: ja, neen, ja, neen, ja.

„De vergadering antwoordt op het eerste protest van Ds. de Moen en Ds. Wildenbeest, dat een kenbaar gewaad der leeraren zelfs ook door de natuur geleerd wordt; daarom dan ook dat het zoo diep in de harten van het volk is ingedrukt, zoodat men veel moeite zal doen om hetzelve eenigzins weg te nemen, en in Gods Woord wel degelijk bevolen, zoover het opzigt heeft op orde en stichting; daarom ook reeds in de Synode van 1840 aangeraden. En ofschoon Christus Koningrijk in de dagen des N. T. geestelijk is, is datzelfde Koningrijk in het Oude Testament niet vleeschelijk geweest; ook was het toen even zoomin van deze wereld in het wezen der zaak als nu, en toch gebood de Koning der kerk een ambts- of priestergewaad; en al gelooven wij dat de hoedanigheid niet alleen, maar ook de uitzondering zelf schaduwachtig was, dan immers