is toegevoegd aan uw favorieten.

De opvoedkundige denkbeelden van Betje Wolff en Aagje Deken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78

Het van buiten onderwijs. Vooral dat verschrikkelike van buiten leren") moest naar het oordeel der Spectatoren en schoolhervormers tot het allernoodzakelikste beperkt1; eenstemmig zijn b.v. in hun oordeel hieromtrent de drie prijswinnaars van de door het Zeeuwsch Genootschap in 1779 uitgeschreven prijsvraag naar mogelike verbetering der scholen. De antwoorden van Prof. Krom, de kostschoolhouder K v. d. Palm, vader van J. H. v. d. Palm, en Ds. D. C. van Voorst bevatten veel wetenswaardigs over de toestand der scholen en de mogelikheden om daarin verbeteringen te brengen.

Middelen ter Er moet dus heel wat veranderen, betogen de Spectatoriale verbetermg. Geschriften: vooral wat nuttig en bruikbaar is, moet geleerd, zeggen ze als echte verkondigers van Locke's gedachten2:; de zelfwerkzaamheid der kinderen moet ontwikkeld, heel het leren moet amusant gemaakt (spelende-leren »), vooral ook moet het onderwijs als een voorrecht beschouwd worden, dat de kinderen ontnomen wordt bij gebrek aan lust, in de hoop, dat ze dan uit verveling weer om de boeken zullen vragen (dit ook onder invloed van Locke); als het leren prettig voorrecht moet \ zijn, mag het dus nooit als straf gebruikt worden, waarom schoolblijven in beginsel af te keuren is 3; door straf of tuchtiging kan men niet tot leren dwingen c).

a) H. Heine vertelt van het onderwijs op de Latijnse school te Düsseldorf: de Fransen waren de stad binnengetrokken, „den anderen Tag war die Welt wieder ganz in Ordnung, und es war wieder Schule nach wie vor, und es wurde wieder auswendig gelernt nach wie vor — die römischen Könige, die Jahreszahlen, die nomina auf im, die verba irregularia, Griechisch, Hebraisch, Geographie, deutsche Sprache, Kopfrechnen, — Gott! der Kopf schwindelt mir noch davon — alles muszte auswendig gelernt werden. Und manches davon kam mir in der Folge zu statten". En dan vertelt hij spottend, hoe hij voordeel had van al dat van buiten geleerde, van de jaartallen om Berlijnse huisnummers te onthouden enz. enz. (Das Buch Le Grand, Kapitel VII, Sammtliche Werke, uitg. Elster, III, 149).

b) „hun leeren is speelen; hun speelen is leeren." citeert Van Hamelsveld (a. w. 229) van Van Alphen.

c) „Die verba irregularia unterscheiden sich von den verbis regularibus dadurch, dasz man bei ihnen noch mehr Priigel bekommt" (Heine Sammtliche Werke, ed. Elster, III, 151).

>) Lehmann, a. w. 63. 2) Nieuwe Bijdragen t. h. M. Gel. II, 199. 3) Lehman, a. w. 64; vgl. Van den Ende, Handboek enz., 331.