is toegevoegd aan uw favorieten.

De opvoedkundige denkbeelden van Betje Wolff en Aagje Deken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

79

veriading Maar niet alleen in de leermethode, in de wijze van kennisaanbrenging, verschillen de 18e-eeuwers belangrijk van de opvoeders uit latere tijden, ze dachten ook geheel anders over de hoeveelheid kennis, die aangebracht moest worden, en de tijd, waarop dat moest geschieden. Een overstelpende hoeveelheid geleerdheid werd de jeugd voorgezet: de kinderboeken waren encyclopedieën van wetenschap, en hoe jonger de kleinen begonnen zich door de rijstebrijberg heen te eten, hoe beter het was. Het gevolg hiervan was de voor de 18e eeuw kenmerkende overlading van een deel der jeugd. Wij weten dienaangaande uit den aard der zaak wel vooral biezonderheden van de meerbegaafden, maar het stelsel was in beginsel verschillend van het onze. Trouwens alleen die rijkbegaafden uit de gegoede kringen hielden het vol, wier geestelike maag sterk genoeg was om de ontzaglike massa geestesvoedsel te verteren, die hun op zo onoordeelkundige wijze werd voorgezet; de middelmatigen bezweken onder de last, na veel ellende en een sombere jeugd; de kinderen van onbemiddelde ouders (die zelf ook niet veel wisten) leerden door de slechte schoolmethoden bitter weinig, en waren door de 18e-eeuwse maatschappelike verhoudingen meestal niet in staat zich zelf prai der omhoog te werken. Maar .... de bovenbedoelde meerbegaafden eSoedêuit de bevoorrechte standen doen ons verstomd staan: Goethe ringen- schreef vóór zijn 8e jaar Duits, Frans, Grieks en Latijn; Italiaans had hij er spelenderwijs bij opgepikt, terwijl zijn vader het 7-jarige zusje in die taal les gaf K Turnvater Jahn kon op zijn 4e jaar lezen en schrijven3; Wieland las Nepos op zijn 8e, Horatius van zijn 10e tot z'n 13e; „ik heb van mijn 4e jaar „af achter de boeken, met mijn borst tegen de tafelrand gezeten" klaagt hij zelf3; ook de meisjes, als ze al een opleiding kregen, begonnen op hun 2e, 3e jaar; er waren er, die op hun 5e de Bijbel al door waren4. In Nederland was het net eender: "beelden, ieder kent de fabelachtig vroege ontwikkeling van Bilderdijk; even merkwaardig was die van Rijkloff Michaël van Goens, „geleerdheids grootste wonder" zoals Bilderdijk hem noemde: op zijn 12e jaar student, was hij latijn en grieks zodanig machtig, dat

1) E. d'Oliveira, Goethe, Een Levensbeschrijving, 12.

2) Stephan, a. w. 67. 3) Stephan, a. w. 70. 4) Stephan, a. w. 103.