is toegevoegd aan uw favorieten.

De opvoedkundige denkbeelden van Betje Wolff en Aagje Deken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

de Nederlandse latinisten van de 18e eeuw (en daar zijn zeer beroemde namen onder) er zich over verbaasden; op zijn 14e schreef hij een degelike latijnse verhandeling tegen het begraven in de kerken, op zijn 18e werd hij professor te Utrecht; de grondslagen van zijn kolossale belezenheid waren toen al gelegd 1. Nu had men hier te doen met een geniale zoon uit een geniale famielie (zijn grootvader en 'n oom hadden op 14-jarige leeftijd een zelfstandige betrekking in Indië); de Utrechtse professor nam als kind van iys jaar al op verbazingwekkende wijze goed waar, naar hij zelf vermeldt")2.

Jacob van Lennep had op zijn 4e jaar De Perponcher's Onderwijs voor Kinderen al grotendeels gelezen, ook diens vader David Jacob van Lennep las op zijn 4e 3, op zijn 5e ging deze naar school, wat in een gezin als dat van Cornelis van Lennep toch wel niet zal geweest zijn, zoals in vele famielies, om de kinderen van de vloer te hebben, maar meer het volgen van een algemene regel. Rhijnvis Feith was op zijn 13e jaar klaar voor de universiteit (de schoolopziener J. H. Nieuwold, later bekend als kinderschrijver, eveneens; deze kende op zijn 7e latijn4). Feith promoveerde op zijn 18e *) s_ jUSTUS VAN Effen was op zijn 15e al goeverneur bij (haast schreven we: andere) kinderen6; Menno van Coehoorn werd op zijn 16e als kapitein van een compagnie infanterie in garnizoen gestuurd van Friesland naar Maastricht7. Laurens Pieter v. d. Spiegel, opzijn 14e jaar wees geworden, bestuurde maandenlang het huishouden en deed uitgaven, die hem later „per affirmatie" werden terugbetaald. Enige uren voor zijn moeders dood deed hij haar een door hem

a) Mr. W. H. de Beaufort spreekt in de aanvang van zijn opstel over Van Goens (Historische Opstellen, II, 62) over deze vroege ontwikkeling; hij noemt als oorzaken „de overdreven ingenomenheid van ouders en leermeesters, de gebrekkige ontwikkeling der tijdgenooten"; hij verwaarloost o.i. één factor: de algemeen gehuldigde opvatting in dezen, het pedagogies beginsel.

b) Natuurlik was er groot verschil tussen de toenmalige en de huidige leerstof.

1 Mr. B. ten Brink, Levensbeschrijving van r. M. van Goens, 1869, 5, 11, passim. 2 Bijdragen tot het M. Geluk, IV. 22. 3 Mr. J. v. Lennep, a. w. III, 2, 230. 4 Versluys, a. w. III, 298. 5 Prof. Dr. J. ten Brink, De roman in brieven, 202. 6 Versluys, a. w. III, 168. 7 Het Leven van Menno Baron van Coehoorn, beschreven door zijn zoon G. T. Baron v. C, Friesch Genootschap, 1860, 6.