is toegevoegd aan uw favorieten.

De opvoedkundige denkbeelden van Betje Wolff en Aagje Deken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

81

zelf geschreven acte tekenen, waarbij zij bepaalde, „dat al hare „goederen, roerende en onroerende, zouden blijven in dezelfde „forme als in haar leven, onverkocht, en dat naar eene bekwame „persone om het huishouden te regeeren, zoude worden omgezien". Deze acte werd „door de Staten van Zeeland ex plenitudine potes„tatis, de Weesmeesters te Middelburg er op gehoord, vernietigd „en de Voogden en bewindvoerders in hun regt gehandhaafd" 1. Betje Wolff, volgens eigen getuigenis reeds op 13-jarige leeftijd „een theologantje"2, was volgens haar vriendin op 6-jarige al een dichteres:

(Zij) „maakte reeds verzen pas zes jaar oud, „Waarin, schoon de kunst er nog aan ontbrak, „Oneindig veel schildring en geest in stak" 3. gemeen Wij zouden deze berichten nog met talrijke kunnen vermeerderen; het is niet de kwestie, dat talentvolle kinderen zich biezonder vroeg ontwikkelden, maar dat men in beginsel zo vroeg mogelik met onderwijs wilde beginnen. Deze opvattingen hebben een taai, lang leven gehad.

In deze kwestie heeft Rousseau grote verdienste: hij is de man, die zich met zijn striemende aphorismen tegen die vroege, ontijdige overlading heeft gekeerd en de moderne eis heeft gesteld van „niet tijd te winnen, maar tijd te verliezen". In Duitsland is het vooral Campe geweest, de bewonderaar van Rousseau, die de aandacht vestigde op het verkeerde van te vroeg onder-, wijs aan kinderen4, die de spot dreef met acht- en tienjarige vroegrijpe jongetjes a).

Evenals in Duitsland hebben ook hier de pedagogiese hervormers mèt Rousseau diens eisen gesteld, dat de kinderen door

a) „Ein acht- oder zehnjahriger Bube, der uns eine ganze Bibliothek von Büchern nennt, die er schon gelesen hat, von Tieren und Gewachsen schwatzt, die es in beiden Indien giebt, der schon seinen dicken Kursus der Erdbeschreibung und der Geschichte absolviert hat, in mehreren Zungen spricht, alle Paradigmata der lateinischen Grammatik schon an den Fingern hersagen kann, wie ein Kaufmann rechnet und seinen Klassiker exponiert mit einer Fertigkeit, die einen ehrlichen Schulpedanten bis zu Freudenthranen rühren möchte iRevisionswerk, V, 94).

1 Mr. G. W. Vreede, Mr. Laurens Pieter van de Spiegel en zijne tijdgenooten, 1874, I, 10. 2 Joh. W. A. Naber, a. w. 20. 3 A. Deken, Iets voor Ouderen en Kinderen, 51. 4 Revisionswerk, V, 1 — 160.