is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78

heiligenkalender en van de verschillende, niet in alle streken gelijke, stijlen van jaarbegin volstrekt noodig.

Ook bij de gedrükte boeken mag niets onopgemerkt bhjven, want niet altijd vindt men het jaartal op den titel of op de laatste bladzijde, al is dat ook zelfs bij de oudste boeken meer regel dan bij de handschriften. Niet altijd is de naam van drukker en drukplaats vermeld of, indien wel, niet altijd de juiste, evenmin als de naam van den schrijver altijd zijn ware naam is. Voor de kennis van onze anonieme en pseudoniemé schrijvers kon een dik woordenboek worden samengesteld1). Om den onbekenden drukker uit te vinden moet gelet worden op papier en lettersoort en, bij de letters, op wie ze gebruikten niet alleen, maar ook op de gieterij waar zij gegoten werden 2). Drukkersmerken, vignetten en verdere ornamenteering van krul- en lofwerk mogen aan de aandacht van den bibliograaf niet ontgaan 8), en is het boek ook van prenten voorzien, dan moeten ook deze worden onderzócht naar haar eigen karakter en het manuaal van den kunstenaar, die het graafijzer hanteerde of de etsnaald flaneeren deed.

Het formaat der boeken verdient opmerking en ook hoe kunstig, en voor het ongeoefend oog nauwelijke merkaar, men soms van octavo's en duodecimo's grootere of kleinere quarto's heeft gemaakt (waarbij de punctuurgaten en waterhjnen van beteekenis worden), of hoe men met minder kunst folio's tot quarto's, quarto's tot octavo's versneden heeft, om ze bijeen te voegen in denzelfden band, die zelf ook al weer tot het studiegebied van den bibliograaf behoort, evenals de „ex libris", die de herkomst van eenig exemplaar uit eene bepaalde bibhotheek bewijst. Van belang toch voor de beoordeeling van een schrijver - kan het zijn, te weten, welke boeken hij gelezen en in welke hij dus motieven voor zijne artistieke werkzaamheid kan gevonden hebben. Daarom zijn vooral ook verkoopcatalogussen der bibhotheken van schrijvers na hun overlijden van groot gewicht.

Verder moet gelet worden op pagineering, signaturen en custoden, om uit te maken, of men met een volledig boek of een frag-

>) Door J. I. van Doorninck, Vermomde en Naamlooze schrijvers Leiden 1883-85. II dln.

2) Zie Charles Enschedé, Fonderies de caractères et leur matériel dans les Pays-Bas du XV au XIX siècle, Haarlem 1908.

*) Men vindt ze o.a. in groot aantal afgebeeld in de aan de Gentsche Universiteitsbibliotheek bewerkte, in 1878 door E. van der Haeghen op touw gezette Bibliotheca Belgiea.