is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

290

hij na hunne nederlaag naar Artur's hof zond, tot hij eindelijk in eene wildernis drie ridders en vijf jonkvrouwen aantreft in boetekleed, die hem verwijten, dat hij op Goeden Vrijdag in volle wapenrusting reed. Dat verwijt treft hem en hij laat zich door hen den weg wijzen naar een „ermite", bij wien hij zijne zonden zou kunnen biechten. Voor de kapel van den kluizenaar „viel hi in knieghebede", want „sine berouwenesse was groot", en de „ermite" hcht hem, na zijne biecht gehoord te hebben, in over zijn onnoozel gedrag bij de graalburcht, waar hij zich had aangesteld als „een domme" (een dwaas). Ook verneemt hij van hem, die zijn oom blijkt te zijn, dat zijne moeder uit verdriet over zijn vertrek is gestorven. Daarvoor zal hij nu boete moeten doen, vóór hij zich door het winnen van het graal den ridder aller ridderen zal kunnen toonen.

Perchevael als boeteling bij den kluizenaar achterlatend, wendt de dichter zich nu weer tot Walewein, die zich door eene boosaardige vrouw laat verleiden tot het ondernemen van allerlei gevaarhjke avonturen. Hij slaapt op het wonderbed, strijdt met een leeuw en vindt zijne moeder en zijne zuster Clariane terug, en daarmee breekt Chrestien's roman onvoltooid af1).

Uit de vervolgen 2) op dien roman is nu in de Lancelotinterpolatie de verdere stof van Walewein's geschiedenis geput, namehjk zijn strijd met zijn doodvijand Giromelant, den verloofde zijner zuster, zijn bezoek aan de graalburcht, waar hij hetzelfde te zien krijgt als Perchevael, maar evenmin als deze als graalwinner kan worden erkend, en daarna de schitterende overwinning, door hem op twee bestrijders, Dyandras en Gingambrisil, te gehjk behaald. Deze verhalen van Walewein worden in de vertaling afgewisseld door vier, aan geheel onbekende bron ontleende, episoden, die met elkaar ruim een vierde gedeelte van het werk uitmaken en waarin verschihende avonturen van Perchevael en andere ridders voorkomen, slechts zeer los verbonden met de kern van het verhaal en niet waard, dat wij er langer bij stilstaan.

l) Chrestien's roman breekt in de uitgaaf van Potvin af met vs. 10600 en in de vertaling met Lane. II vs. 40362.

*) Van de vervolgen op Chrestien's roman bestaan zooveel verschillende redacties, dat in de uitgaaf van Potvin allerlei episoden ontbreken, die in andere HSS. voorkomen. Daarom is onze bekortende vertaling dan ook nauwelijks met Potvin's uitgaaf te vergelijken, daar zij blijkbaar eene andere redactie heeft gevolgd, hetzij die van het Parijsche HSS. 12577, hetzij, wat waarschijnlijker is, die van het HS. van Montpellier.