Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

472

hine uten Walschen dichte: so ward hi ontleet te lichte ende heeft dat ware begheven" *■).

Vermoedehjk was dat nu verloren 2) werk dus eene vertaling van den Bestiaire van Philippe de Thaun uit het begin der 12ae of van dien van Guillaume h Clers uit het begin der 18de eeuw, in welke beide gedichten de natuurhjke historie niet de eerste plaats inneemt, maar de beschrijving van aard en gewoonten der dieren voornamelijk dient als middel om zedekundige waarheden („moralité") te leeren, terwijl Maerlant juist omgekeerd met zijn werk in de eerste plaats kennis der natuur wilde verspreiden en de nuttige zedelessen slechts als toegift, en ook niets meer, wilde beschouwd zien.

Opmerkelijk is het, dat Maerlant reeds hier de onbetrouwbaarheid vaststelt van wat in het Fransch is geschreven en dus reeds hier een scherp onderscheid maakt tusschen hetgeen de menestreelen tot vermaak schreven in de Fransche taal, dus de zoogenaamd populaire lectuur, en hetgeen de clerken tot leering schreven in het Latijn, de taal der wetenschap. Hatelijkheid tegen de Franschen hebben* wij hierin volstrekt niet te zien. Willem Utenhove had zijns inziens gerust het werk van een Franschman mogen vertalen, als het maar in het Latijn geschreven was.

Het oorspronkelijke nu van Maerlant's Naturen Bloeme 3), namehjk De Naturis rerum, was in het Latijn geschreven, maar niet, zooals hij méénde 4), door „broeder Alebrecht van Coelne" (Albertus Magnus). De werkelijke schrijver was diens leerling Thomas van Cantimpré (geb. 1201 f ± 1270), die het vermoedehjk vóór of in 1244 voltooide 5). Bij zijne vertahng volgde Maerlant het oorspronkelijke meestal op den voet, doch niet zonder bekorting, ofschoon zijn in dertien boeken verdeeld werk toch nog uit ± 16660

1246") gestorven is. "■) Nat. Bloeme, Prol. vs. 101 — 111.

2) Men verwarre het niet met de fragmenten eener vertaling van een Bestiaire d'amour, uitg. door J. H. Bormans in de Bulletins de VAcad. Royale de Belaiaue. XXVII p. 488-505.

3) Behalve tal van fragmenten (o. a. de Schwerinsche en Weener, zie J. Verdam, Tijdschrift XXI, bl. 22—30) bestaan er volledige HSS. van Der Naturen Bloeme op de Acad. Bibl. te Leiden, op de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, op de Bibl. der Kon. Akad. te Amsterdam, op de Bourgond. Bibl. te Brussel, op het Britsch Museum te Londen, en verder op de Bibl. te Berlijn, te Hamburg en te Detmold. De eerste vier boeken zijn uitg. door J. H. Bormans, Der Naturen Bloeme van Jacob van Maerlant, Brussel 1857, het geheele werk door E. Verwijs, Jacob van Maerlant's Naturen Bloeme, Groningen 1878. II dln., waarbij echter ongelukkig een der slechtste HSS. het Leidsche, ten grondslag is gelegd.

4) Nat. Bloeme, Prol. vs. 14, 113 vlg.

') Zie over hem Verwijs, Inl. op zijne uitgave bl. XIII—XXII.

Sluiten