Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.498

reeds oud genoeg niet alleen om een geheim gesprek van Jan van Brabant met de heeren van Valkenburg en van Kuik aan te hooren,1) maar ook om Parijs, misschien als student in de theologie, te bezoeken, waar hij „selve metten ogen" een dwergenpaar zag, dat men aan koning Philips wilde vertoonen 2), en waar hij ook menigmaal gelegenheid had, eene vrouw te zien, die er zeer bekend was, „omdat si die scoenste was van dien diemen vonden hadde int lant", en daarbij „haer joyen het", en die in 1296, zooals Velthem vertelt, verdronk bij eene geweldige overstrooming, waartegen zelfs de groote, kort te voren gebouwde stevige Seinebrug niet bestand was 3). Op het eind van 1297 zag hij te Gent (of te St.-Petersdorp) de „Galoysen", die daar met Eduard I van Engeland gekomen waren om de Franschen te bestrijden, „ende wandelde onder hem daer", om hunne zeden en gewoonten en 's konings krijgsplannen te leeren kennen4). Wij weten niet, ojE hij toen reeds te Sichen bij Dïest woonde, zooals in 1304, toen hij daar „sanc ende hadde onser vrouwen outaer", dus tóen hij er vicaris was 5). Vandaar vertrok hij naar het dorp Velthem bij Leuven, waar hij althans reeds in 1312 parochiepriester van de St.-Laurenskerk was, zoodat hij kon zeggen: „dese provende es mijn alse lange als ic levende mach sijn" 6). Den 88ten Sept. 1815 reisde Velthem „door tlant van Been", waar toen door aanhoudenden regen alles onder water stond 7), hetgeen er misschien toe heeft bijgedragen om den krijgstocht van Willem III van Holland tegen Vlaanderen omstreeks denzelfden tijd te doen mislukken. Velthem was te Antwerpen, waar hij misschien gekomen was om zijne in Aug. 1815 voltooide vertaling der vierde partie van den Spiegel aan Maria van Berlaer aan te bieden, tegenwoordig bij de feesten ter eere van Willem III, die daar toen juist met eene talrijke

') Sp. Hist. Va 38 vs. 31—66.

2) Sp. Hist. V» 39 vs. 25—44.

3) Sp. Jist. V» 48 vs. 1-52.

4) Sp. Hist. V4 2 vs. 15-45.

5) Sp. Hist. V4 55 vs. 1 — 19. Hij spreekt daar verder, eap. 56—57, van verschillende wonderen, die hij in de buurt gezien heeft, namelijk van vijf bastaards van eene zeug en een hond, van de wonderdadige bestraffing eens poorters te Diest, die wat al te mal was met zijn hondje, en van een eik tusschen Sichen en Biest, waarheen bedevaarten gedaan werden.

•) Sp. Hist. V' 4 vs. 1 — 14. Hij vertelt daar verder, dat in de St. Laurenskerk te Velthem een kind genezen was, dat zeven jaar lam was geweest. In het volgend hoofdstuk vertelt hij weer een mirakel, waarbij zijn eollega „Her Jan, die zielmisse pape", juist geene fraaie rol speelt.

') Sp. Hist. V' 10 vs. 50-66.

Sluiten