is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedkundige atlas van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

1753 willen terugbrengen minstens tot 1740. Op die scheiding kan ook wijzen het voorbehoud door een verkooper op 27 Nov. 1749 gemaak; „om „twee stukken veen boven het Fledder eenmaal te mogen boekje weyten, en na dien tijt sullen gemelte twee stukken weder vervallen „an de koperen". Blijkbaar is de zin hiervan als volgt: er is een markescheiding geweest; A heeft daarbij 2 stukken veen ontvangen en de ontginning aangevangen; hij verkoopt die 2 stukken maar bedingt daarbij, dat de kosten en moeiten dier ontginning niet voor hem verloren gaan.

Een acte d.d. 14 Nov. 1776 spreekt van „miedelandt, zoals in de „Scholthopen opgemelde waren" (nl. „twee mollenwares over Onstwedder „liamrik") is toegedeelt". Het juiste terrein dezer markescheiding is mij — door het ontbreken op de kaart van den naam Scholthopen — onbekend. Volgens acten d.d. 15 Mei 1776 en 26 Febr. 1781 lagen de Scholthopen tusschen Onstwedde en Veenhuizen, ten zuiden van de „boeremarke".

Op 16 December 1776 vernemen wij van een overdracht van land „in de „Onstwedder boeremarke", ten oosten en noorden door die marke en ten zuiden door de Mussel (A) begrensd; ongetwijfeld wijst deze omschrijving op een scheiding der boer marke. Ook de reeds aangehaalde acte d.d 26 Dec. 1786, waarbij de „boermeesters van het loeg Onstwedde" een stukje groenland „voor in de Mussel" overdragen, wijst zonder twijfel op een markescheiding. Of dezelfde scheiding wordt bedoeld in de boven genoemde acte d.d. 29 Mei 1807 („twee mollen waren over het Onstwedder „hamrik, te veen en te velde, te heide en te weide, te zwijg en te twijg, met „het van de laatst toegedeelde kampe van deze twee waren voor in de „Onstwedder Mussel, in de Boerenmeede gelegen, welke waren zijn aange„kogt door verkopers overleden moeder"). durf ik niet beslissen. Een beding omtrent beboekweiting bevat de acte met betrekking tot perceelen „agter de Tange", in de Mussel en in de Plaaster. Een acte dd. 1 Juni 1808 maakt melding van „het nieuwsverdeelde veldland gelegen op de Tang" en „de nieuw verdeelde Zuideinden". De acten Ad. 1807 en '08 betroffen wel dezelfde scheiding in de Tange.

In 1828 roept de onderwijzer-koster-voorzanger te Onstwedde de tusschenkomst in van gedeputeerde staten, omdat men „bij gelegenheid „dat de marktgeregtigden hunne gemeentegronden verdeden.... (hem) „geene wdde (wil) geven, doordien bij de meesterij groenlanden zijn, die „Hij als wdderij zou kunnen gebruiken". Toen heeft men dus eene (volledige?) markescheiding ter hand genomen. Deze was in 1836 afgeloopen; immers toen.vroegen kerkvoogden en notabden van Onstwedde verlof tot negotiatie van f 125.— ter betaling van hun aandeel in „de kosten van „scheiding der Onstwedder mandeelige gronden", waarvan de renten door den predikant zouden zijn te betalen, „omdat zijn weleerw. door die toe-