Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van minderjarigheid en voogdij

483

dit alles is natuurlijk alleen mogelijk, indien de vermogenstoestand van den voogd zich er toe leent. Is dit niet het geval, dan blijft er niets anders over dan het bedrag, waarvoor de zekerheid diende te worden gesteld, in de consignatiekas te storten; art. 392 § 2.

De mogelijkheid bestaat ook, dat het de voogd zelf is, die liever op andere wijze dan door het stellen van hypotheek op zijn eigen goederen waarborg voor zijn beheer geeft (1); De vrijheid daartoe verleent hem art. 397. Hij mag met toestemming van den kantonrechter, — die deze toestemming geeft in hoogste instantie en zonder gehoudenheid om de bloed- en aanverwanten te hooren (2) — de hypotheek, waartoe hij verplicht is, ja zelfs die welke hij reeds gesteld heeft (3), vervangen door een of meer der bovengenoemde waarborgen, welke bovendien verwisseld kunnen worden (4)].

(1) [De behoefte daaraan zal hij inzonderheid gevoelen, indien hij op het verbonden onroerend goed een nieuwe eerste hypotheek wil vestigen. De inrichting van ons hypotheek-stelsel toch maakt het hem onmogelijk te dien einde een tijdelijke opheffing van de voogdijhypotheek te verkrijgen.]

(2) [Deze exceptioneele bevoegdheid van den kantonrechter, waarvoor geen "enkele verklaring is te geven, is blijkbaar slechts toe te schrijven aan de onsystematische plaatsing van art. 397 — buiten eenig verband met art. 392 — waardoor het niet aan de toepasselijkheid van art. 393 is onderworpen.]

(3) Die in dat geval moet worden doorgehaald. Maar wie draagt de kosten der doorhaling en tevens der nieuwe inschrijving ? Zonder twijfel de voogd, ofschoon Prof. Diephuis N. B. R. II, 263, 2de dr. [Syst. V, bl. 470] het tegendeel aanneemt.

(4) [De onderscheiding tusschen de artt. 392 en 397, naar gelang de voogd al dan niet onroerende goederen bezit, is zeker allerzonderlingst. Zij stelt hem dus in het laatste geval in zooverre bij het eerste ten achter, dat hij den gestelden waarborg niet door een anderen mag vervangen, doch zijn verplichting om hypotheek te stellen, zoodra hij onroerend goed verkrijgt, slechts door een nieuw verzoek aan den kantonrechter kan ontgaan.]

Sluiten