Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladzijdeen bepalingen daartegen, 24—27. Commissarissen tot de generale visite en hun instructie van 1626, 26—29. De permanente commissarissen niet aangesteld, 30.

Het streven der Compagnie omstreeks 1650, 31. Hervatting van den oorlog tegen de Portugeezen in 1652 op de kust van Voor-Indië en Ceylon, 32. Zending van Rijcklof van Goens in 1657, 32.

B. Rijcklof van Goens zijn carrière in dienst der Compagnie. 33—37

HOOFDSTUK II. De Nederlanders op Ceylon tot 1657. 38-67

Verhouding der Compagnie tot Raja Singha van 1638— 1652, 38—44. De hervatte strijd met de Portugeezen, 1652—1655, 44 vlg. Raja Singha's houding gedurende den krijg, 46. Geringe toevoer uit patria oorzaak van den weinigen voortgang op Ceylon, 47. Expeditie onder Gerard Huift naar Colombo, 48. Mislukte storm op Colombo 12 Nov. 1655, 49. Houding van Raja Singha tijdens het beleg van Colombo, 50—54. Voortzetting van het beleg, 54. Verovering van Colombo 12 Mei 1656,55. Verwijdering tusschen Raja Singha en de Nederlanders, 56—60.

Maatregelen genomen na de verovering van Colombo, 60 vlg. Het gebied der Compagnie op Ceylon in 1557, 62. De kaneel, 62. De olifantenjacht, 63. Andere voortbrengselen en inkomsten, 64. De gereformeerde kerk, 65.1

Noodzakelijkheid van de verdrijving der Portugeezen van de zuidkust van Voor-Indië, 66. Korte beschrijving van die „overcust", 66 vlg.

HOOFDSTUK III. Over de kantoren Suratte en Wingurla tot de komst van Van Goens. De visitatie dier kantoren door Rijcklof van Goens in 1653/54. Toestand dier kantoren in 1657. Beteekenis van Diu in verband met Suratte 68-106

Beschrijving van Suratte, 68. Vestiging der Nederlanders aldaar, 69—71. De onderhoorige kantoren Brootsja, Brodera,

Sluiten