is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

95

regenten ter plaatse „die dickwils met een kleine schenckagie tot onze devotie te leijden sijn, daer integendeel omtrent het hof met groote vereeringen dickwils maar cleene prerogatieven impetreeren connen," De dienaren der Compagnie zouden de ambtenaren van den vorst, met wie zij te Suratte dagelijks te doen hadden „met gulden sporen" aandrijven tot getrouwe naleving der door den koning gegeven vrijheden. Want die gulden sporen waren voor de Compagnie niet half zoo kostbaar als de bezendingen naar den Mogol zelf. *)

In 't algemeen genomen was de verhouding van het kantoor der Compagnie te Suratte tot het hof van den Mogol en de subalterne ambtenaren in den regel bevredigend. De kleine wrijvingen groeiden niet uit tot groote conflicten. Geen van beide partijen het het zoover komen. Zij hadden elkaar te zeer noodig. De vorst zou voor zijn handelsstad en de daar geheven tollen de aanvoer van de gemonopoliseerde specerijen en andere waren niet graag missen, terwijl de Compagnie de groote winsten uit den Suratschen handel door onvoorzichtigheid of gepiqueerd optreden niet in de waagschaal zou Stellen: ,,'s Compagnies maxime doch niet zijnde om cleene en eenichsints tijdelijke vexatiën een groot harnas aen te trecken." s) Den vorst kwam men eenigszins te gemoet met passen voor 't rijk van Atjeh, zooals hem in 1653 door de kooplieden Tak en Berchout schriftelijk was beloofd. 3) Met die belofte waren Gouverneur-Generaal en Raden het niet geheel eens. Zij gaven er een beperkte uitlegging aan. De passen mochten alleen worden verleend naar die plaatsen, waar de Compagnie zich geen exclusieve contracten had bedongen, en naar die, waarmede zij niet in oorlog was. Nooit mochten daarom passen worden gegeven naar de Westkust van Sumatra en de tingebieden. Bovendien moest voor de verleende passen te Suratte 10 % worden betaald voor den tol te Malakka, zooals ook tijdens de Portugeesche heerschappij aldaar gebruikelijk was geweest. 4)

Terwijl de subalterne dienaren en de grooten met kleine geschenken in „goed humeur" werden gehouden ') weerde de Compagnie

*) Gen. Miss. 26 Jan. 1655.

2) Gen. Miss. 17 Dec. 1657.

*) Zie boven, p. 75.

4) Instructie voor Van Goens, 19 Sept. 1653.

») Gen. Miss. 24 Dec. 1655 en 27 Dec. 1657.