Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

486

Uit de Diemertneerse. Knevelarij van

RoomsKatholieken.

De boeren onder het juk.

Het boete-recht van de drost.

Actio popularis aanbevolen.

betreffende het misbruiken van de drostendiensten, maar ook aangaande het ambtsmisbruik en de overige knevelarijen van de tegenwoordige drost. We weten, dat Van der Capellen reeds in 1779 een advokaa't en een prokureur het land ingezonden had. In September 1782 vinden wij Van der Capellen in persoon te Oldenzaal, alwaar — aldus het bericht in de „Diemermeersche Courant" van 16 Sept. — „een menigte boeren" door hem geciteerd werd. ')

Zo werd in genoemd artikel aan de drost ten laste gelegd, dat hij, in strijd met zijn instruktièn, die hem verboden, van de RoomsKatholieken iets aan te nemen, hetzij in geld, hetzij anderszins, voor de vrijheid, om hun godsdienst te mogen uitoefenen, — van een pastoor f100, van een kapelaan f50 vorderde bij de aanvaarding hunner bediening.

Verder had hij, vóór in 1776 de beruchte afkoops-resolutie tot stand kwam, in strijd met de toen geldende bepalingen, niet alleen geld aangenomen, tot f 4 per jaar toe, voor de afkoop van diensten, maar ook de opgeroepen boeren buitenslands gebruikt; hij had ze naar Bentheim en naar het Munsterse gestuurd, om kalk en planken te halen.

Het was gebeurd, dat enige boeren 's avonds order kregen, om turf te halen voor de drost, zes uren ver. Het was in het drukst van het roggezaaien, laat in het najaar. De paarden waren te moe en afgewerkt, om zonder voldoende rust de volgende dag de zware dienst te verrichten. De boeren waagden het, een dag later te komen. Zij werden teruggestuurd met lege wagens, werden ieder veroordeeld tot een boete van 8 gulden en 2 stuivers, onverminderd de dienst.

Is er een plakkaat, dat de drost recht geeft op deze boeten? vroeg het blad. Niemand kent het. Het zou wenselik zijn, dat de drost verplicht werd, elke Landdag een nauwkeurige lijst van de door hem geheven boeten ter griffie te deponeren, met vermelding van wie ze gevorderd waren en waarvoor. Buitensporige sommen aan boeten worden nu door burgers betaald.

Het ware te wensen, dat dezen zich verenigden, om op gemene kosten te procederen, wegens „exces en bezwaar." Dit kan in Overijsel, zegt de briefschrijver, „omdat ik heb booren zeggen, dat daar elk, die maar wil, in zaaken van deezen aart, als fiscaal kan ageeren. De ingezetenen, die zich ten dien einde zouden vereenigen, zoudendan den Heere van de Pol kunnen verzoeken, om zijne stukken en bewijzen mede te deelen, ja, om zelf, als daar direct zo diep zijnde ingewikkeld, de Procedure mede te voeren en daarin behulpzaam te zijn. Ik geloove, dat men bij den uitslag zoude bevinden, dat het voeren van proceduures op gemeene kosten een allerheilzaam sten invloed op veele zaaken zouden hebben en veele thans stoute lieden vrij wat bedachtzaam zoude maken."

1) Diemermeersche Courant van 16 September 1782, nr. 111.

Sluiten