is toegevoegd aan je favorieten.

Gedenkschriften van Gijsbert Jan van Hardenbroek, heer van Bergestein Lockhorst, 's Heeraartsberg, Bergambacht en Ammerstol, president der Utrechtsche ridderschap, gedeputeerde ter Generaliteits-vergadering enz. : (1747-1787)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

270

1763.

teren, doe die op sijn studiën t'Utregt was, gesegt: „De jonkers moeten wel soet sijn, want ik ben in staat om se alle aen malkanderen te helpen, overmits mijn vader en grootvaeder advocaeten en dus in alle boedels geweest zijnde ik copie hebbe van alle de testamenten, die genoegsaem bij ons bekent sijn", welke alle door sijn vader en grootvader met fidei-commissen waren beswaert, om' redenen daerdoor de familien, die 't meest aen eikanderen verknogt waren, eeuwig in rusie en tweespalt te honden, en dus in die stadsregering beeter haere rol te kunnen speelen.

Soortgelijke middelen segt men, dat sedert enige tijt door de heeren Brantsen *) in de stad Arnhem mede gebruikt werden, door 't leenen van geldt, door 'taenraden van sware goederen te kopen , penningen daertoe te schieten en, wanneer dan die jonkers in stadsregering niet nae hunnen sin willen doen, alsdan dat gelthaastelijk opeysschen en dus die persoonen altoos tot haere wille hebben.

De correspondentie, die men segt dat de stadt van Arnhem door middel van evengenoemde heeren met den koning van Pruissen houden nopens het leggen van een schipbrug over den LTssel bij Westervoort, is mede onvergevelijk en kan van de facheuste gevolgen zijn. Niettegenstaende dat pousseeren die heeren deselve op het allersterkste 2).

Door BoTreo-TfH/8) gesien een extract uit de secrete notulen van H. H. M. in dato .. December 1762, inhoudende een raport, door den raidpensionaris Steyn

1) Mr. Gerard Brantsen was burgemeester, Mr. Hendrik Willem Brantsen was secretaris van de stad Arnhem, later ook van het kwartier Veluwe.

2) Te Arnhem bestond het plan eene brug over den IJsel te slaan, waartegen dé graafschap Zutphen zich krachtdadig verzette uit vrees voor zijn handel op Kleef. Daarbij riep Arnhem den koning van Pruisen 1e hulp. Het Handschrift komt nog meermalen op de zaak terug. Zie de latere aanteekeningen.

3) Door Bottestein.