Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

456

1778.

pensionaris een helling tot superioriteit, soo voor sijn persoon als voor de provincie van Hollandt, die alles te boven gaet, verder selfs als ooit den Raedpensionaris J. de Wit heeft gesogt. 'T gunt blijkt uit de schriften, memoriën en resolutiën, die dagelijks uit sijne handen komen, alle op de autoritatifste wijse ingerigt.

"flos Tivk »). Dat het afleggen van het camerheerschap door Brandsenburg *) ook wel toe te schrijven konde sijn aen den sproy, want dat die Brandsenburg in den-gront niet mogte, omdat hij al te opregt sijn gevoelen somtijts aen den irptvo seyde; dat hij ook om die reden gereusseert hadde in 'tbekomen van de post nae Spanjen, waerdoor den sproy hem dagte van de handt te krijgen; dat terselver tijdt de xpntrso soude gesegt hebben: „Waerom Brandsenburg buitenslandts te laten gaen, daer hij de enigste of voornaamste was, op wiens woorden men staat konde maken", of „die de waerheydt dorste seggen"

"Clps n<m*v3 »). Dat gehoort hadde alsof den Raedpensionaris thans op eene andere wijse met den irpno sprak als voormaals, namelijk niet meer soo openhertig, des de vpntr van die sijde ook al minder de waerheydt konde horen als voor desen, misschien wel om reden dat, de ntpnn alles aen den sproy overbrengende, den Raedpensionaris daervan de dupe niet wil wesen. Dat den sproy blijft souteneren, hoe de jegenswoordige betaling der troupes voldoende is, dat sij twee gulden 's weeks konnen hebben, namelijk door de loonwagten, dog hoe het daermede soude gaan, wanneer sij gebruikt moeste worden, wierd niet beantwoordt; dat men sooveel troupes konde krijgen als men maer wilde hebben, al was het

1) Ore Vink.

2) De heer Van Brandsenburg was ook na 1778 nog kamerheer, maar misschien in buitengewonen dienst; of wei hij heeft zijn verzoek om ontslag ingetrokken. Zie Bericht enz.

3) Ore Palland.

Sluiten