is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven aan Johan de Witt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

over te komen ')> verhopende, dat wy tesaemen soodaenige expediënten sullen konnen excogiteren, waerdoor de eene ofte de andere tot reedeljjckheyt beweegt ende gedisponeert sal konnen werden". ]

Wjj moeten wel gelooven, dat Dordrecht niet de eenige stad was, waar zulke verdeeldheid plaats greep, al hebben wij ook van haar alleen de noodige berichten J). Voor het vervolg zie in het volgend jaar (hierna den brief van Cornelis de Witt van 1 Januari 1662 enz.).

Over het geschil tusschen de regeering van Leiden en de academische vierschaar bg gelegenheid der nalatenschap van Chapuzeau '), vinden wij in de verzameling eenige brieven van Meerman aan De Witt, die wij evenwel niet overnemen, als betreffende een zaak van ondergeschikt belang.

Hoe invloedrijk oom Polsbroek te Amsterdam was, kan blijken uit de volgende passage van een brief:

(Van Pieter de Groot. 29 October 1661 *)).

„Met het overlyden van den here van Maerseveen5), wyens doot by veele ende specialijck by my, die daervan groote vrienschap (!) hadden genoten, wert geresenteert,

1) 27 November had Cornelis zijn broeder (in een door Fruin niet opgenomen brief) nog geraden niet over te komen, omdat de „hevicheyt" van den burgemeester niet verminderde, maar dagelijks toenam. De verkiezing van den jongen Dibbets — hier moet Johannes Dibbets bedoeld zijn — tot predikant werd door de meeste leden van den kerkeraad ook bemoeilijkt en dit nam de burgemeester lang niet wel op. (N. v. d. U.)

2) Men bedenke, dat Fruin dit, schreef lang vóór de uitgave van Bontemantel's Regeeringe van •Amsterdam. (N. v. d. U.)

3) Cf. deel I, blz. 264, en zie verder Molhuysen, Bronnen tot de Geschiedenis der Leidsche Universiteit, III, blz. 166 vlg. en 142' vlg. (N. v. d. U.)

4) Uit Amsterdam.

5) Johan Huydecooper, heer van Maarsseveen. (N. v. d. U.)