is toegevoegd aan uw favorieten.

Diplomatieke betrekkingen tusschen Spanje en de Republiek der Vereenigde Nederlanden 1678-1684

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io4

VERDEELDHEID IN DE REPUBLIEK.

dusver hardnekkig geweigerd zich daarmee te bemoeien, schijnbaar beleedigd, omdat het twee jaar geleden zijn aanbod tot een alliantie had geweigerd; dit was een begin van algemeenheid en daar kon men juist nu niet genoeg op aandringen. *) Want, raakte men in Madrid en den Haag al onder den indruk van het Turkengevaar, het keizerlijke hof was ontsteld en zou niet verder denken dan zichzelf te redden, vreesde Hamel Brttyninx. In overleg met den keizer en den hofkanselier Straatman gaf Bourgomanero aan de gezanten der geallieerden een plan, waarnaar te Regensburg vredevoorstellen geVormd zouden worden, om daarop de onderhandelingen rietë'de Fransche gevolmachtigden te hervatten. Zij werden verzocht daarover hun meening te zeggen maar zoowel de Zweedsche gezant ais Hamel Bruyninx waren er slecht over te spreken; voor het Haagsche congres was het nu te laat, werd den laatsten geantwoord, toen hij daaraan herinnerde.

Enterwijlmennuzoooverhaastbezigwas, de Turken een overwinning behaalden en dekeizeruit Weenenhadmoeten vJuchten, bood de Crécy te Regensburg een 30-jarigen wapenstilstand aan voor het Rijk, waarbij dus alles bhjven zou in den toestand waarin het was. Maar na overleg met Bourgomanero en Hamel Bruyninx wees de keizer het aanbod af zoolang de wapenstilstand niet algemeen was; bij zou afwachten, hoe deTurksche campagne eindigen zou.2) Dat viel dus nog mee en Spanje beloonde het dan ook door het zenden van subsidie, bestaande in de opbrengst van een verkochten tuin te Milaan, met de belofte, dat er meer zou volgen,») maar ook met de aansporing te

*) Castel Moncayo aan den koning, 27 Juli 1683.

>) Hamel Bruyninx aan den griffier, 30 Juni en 4 Aug 1683.

s) „Met toesegging van assistentie," schreef Heemskerk 2 Sept. aan den griffier, „daarin men hier min schaars als elders is." Waarschijnlijk was dat aan het adres van de Repubhek, voor wie hij in de moeilijke dagen van Augustus, toen de keizer geholpen móést worden, de tijd gekomen achtte om ongevraagd Spanje krachtdadig met geld te steunen (H. aan den Prins 19 Aug. V. III, nr. 189), waarvan evenwel ni ets