is toegevoegd aan uw favorieten.

De adellijke vrouwenabdij van Rijnsburg, 1133-1574

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70

in allerlei geschillen verwikkeld omtrent inkomsten, grondbezit en verplichtingen van het klooster.

Behalve een tamelijk onbeduidend meeningsverschil met enkele edelen uit den omtrek over de herstelling van de brug van Kerkwerve (Oegstgeest), dat in 1297 door het verdrag van Jutte met Hendrik, burggraaf van Leiden, in dier voege werd opgelost, dat de abdis van Rijnsburg voortaan voor het onderhoud van de brug zou zorgen *), ontstonden er twisten met de grafelijkheid van Holland zelf over de veenlanden „de Geer" bij Aalsmeer, welke Floris V in 1275 aan de abdij had geschonken. Door de uitspraak van enkele heeren, welke de graaf als scheidsrechter had opgeroepen, werden echter de rechten der abdij op deze bezittingen erkend en bevestigd 2). Ook werd in het volgende jaar door dezelfde heeren de oneenigheid bijgelegd, die tusschen de abdij van Rijnsburg en Dirk van Alkemade was gerezen over zekere landtienden in de nabijheid van Warmond 8).

Vrome giften, erfenissen die den nonnen toevielen, en gunstige bepalingen in testamenten, deden ook in de laatste jaren der 13e eeuw de bezittingen van het klooster steeds aangroeien. Wij zouden echter het geduld van onze lezeressen en lezers al te zeer op de proef stellen, wanneer wij uitvoerig gingen verhalen, hoe en wanneer en van wien de abdij goederen of inkomsten kreeg te 's Gravenzande*), Rijswijk8), Oegstgeest8), Poeldijk 7), en op verschfllendè plaatsen in Zeeland 8). Laten wij alleen nog vermelden, dat volgens

aldaar). Schotel 48, 75, 344 stelt dezen brief op 3 Jan. 1288, doch ten onrechte, daar Nicolaas IV eerst op 15 Februari 1288 verkozen werd. Ook noemt hij den Paus: Nicolaas III. Deze overleed echter reeds op 22 Aug. 1280. Over een soortgelijke opdracht aan den abt van Egmond in 1278, zie BB. I, n. 341, waar verwezen wordt naar Van Mieris, Charterboek I, 391. *) Brief van 12 Oct. 1297. OB. II, n. 1016.

*) Zie den brief van 29 Aug. 1295, blijkens welken de uitspraak geschiedde op „Hemestedervelde". OB. II, n. 913. Vgl. OB. Supplement, n. 307, bevestiging der uitspraak door Floris V van 23 Nov. 1295» en n. 309 (Bescheid van bevindingen) onder n. 36. Voor de schenking van het veenland, zie blz. 67

■) Brief van 1 April 1296. OB. II, n. 936. Vgl. OB. Supplement, n. 309' (Bescheid van bevindingen onder n. 38.)

4) OB. Supplement, n. 237.

5) OB. nn. 657» 658, 661. Vgl. B Reg. II, nn. 2247—2240. ") OB. II, n. 885.

7) OB. II, n. 895 ; Schotel 153, noot 3. Zie ook boven, blz. 68, noot.

8) Brief van 25 Maart 1292 OB. II., n. 819. Brief van 24 Mei 1305. Alk. I; P. Sch. 343 (op 1308 geplaatst); Schotel 153, noot 4.