is toegevoegd aan je favorieten.

Proza gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

298

ALS HET DAG WORDT.

kin- en de onderste stukjes van zijn wangen er achter. Maar toen lei hij al weêr gauw het dek naast den linker kant van zijn hoofd en ging er naar toe op neêr liggen kijken met een omkeering van zijn heele lijf, waardoor hij met zijn beenen, onder in bed, koude plekjes voelde naast het warme, waar zijn beenen hadden gelegen. Hij lag daar maar zacht te bewegen met zijn blank gezicht met den keinen rooden mond, en de bruin-zwarte oogen met de op en neêr gaande groote blanke oogleden met hun rij van zwarte haartjes er onder aan, met het bruine haar er boven, daar, tusschen het witte kussen en het witte dek. En hij zag nu het laken. Het was gemaakt van allemaal heele kleine witte uitspruitseltjes naast mekaar cn je zag er op sommige plekken een dikker wit bubbeltje tusschen. Zij lagen met de vlakjes, de op-muurtjes en de schuine heilinkjes van het dek meê en met zijn breede omgebogenheden. Het dek, met het laken het bovenste, lag geheel omgebogen. Zijn buiten-vlakte was zilverig licht met een fijn lang-uit driehoekig schaduw-schichtje, alleen van het hellinkje,waar het stuk van het terreintje, dat verder van het venster met zijn licht-doorlating af Was, een klein beetje lager lag dan het stukje dat dichter bij het venster was.

Deze licht-vlakte was *naar Adriaan toe, breed en week van aanzien en met al zijn tipjes en witte puntjes, ieder voor zich kleiner dan een kleine speldenknop, véél kleiner, en die telkens met hun vieren, twee van deze rij met twee van de rij er boven, kleine vierkantjes maakten, die allemaal waren naast mekaar, en als je er even afkeek waren het geen vierkantjes meer maar waren niets dan allemaal zelfde breede rijen, onafzienbaar breede rijen naast mekaar.

Deze licht-vlakte was naar Adriaan toe maar ging niet heelemaal tot hem door. Hij zag hem vlak voor zich, en dan zag hij hem uit zijn, zijn vlakte, zijn vlakte, die klein was, uit zijn, met al het licht dat er op was,