is toegevoegd aan je favorieten.

Proza gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALS HET DAG WORDT.

299

met al de kleine spikkeltjes van zijn gewevenheid, met al het licht dat er op was en kleurig was, en van kleur was zilverachtig, licht zilverachtig van kleur, licht kleur licht zilver, en dat was om al die tippeltjes heen, uit zijn, — daar zijn en dan niet verder recht naar hem toe door gaan, maar daar heel iets anders zijn, daar heel anders geworden zijnd, daar zijnd uit met zijn recht-door-heid, en omgebogen, vóór het hem bereikte, vóór het zijn wangen, die zacht waren, bereikte, naar beneden hem zijnd, de zelfde puntjes waren er, alle naast elkaar, en achter elkaar, maar hier waren zij gegestort naar beneden, in hun breede rijen, en hier kwamen zij in donker, in het licht-zwarte donker, dat hier aan was tegen de licht-vlakte daar boven.

13.—

Achter het laken, naast het laken, het laken dat hier was omgeslagen met het dek meê, en over het dek heen, maar van hem uit gezien, achter het laken, was de witte sprei. Deze was heel anders, dan het laken, deze was weêr heel veel anders dan het laken, deze was van bij het laken te vergelijken bréede, witte streepen in zijn maaksel, lichtelijk opbollend naast elkaar, en naast iedere streep, tusschen deze en de volgende, was een heele dunne licht zwarte streep, in de diepte tusschen de twee opbollende streepen in. Deze sprei was van heel ander goed dan het laken was, dat dunner was, en ofschoon het zacht was, veel minder zacht was dan de sprei. Op het maaksel van de sprei zelf, lagen de groote figuren, die de versiering waren van de sprei, die waren boven op de sprei, om die mooi te maken. Om die mooi te maken, waren al die figuren op de sprei en daarom hadden zij regelmatige bovenhjnen en regelmatige onderlijnen, met hoeken er aan en schuintes naar beneden, naar de rechte zijlijnen, en daarom hadden zij aan een van hun kanten of hadden zij onder aan zich die regelmatig en precies gemaakte