is toegevoegd aan je favorieten.

Proza gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

300

ALS HET DAG WORDT.

en toch een in twee even groote helftjes heen en weêr een bocht makende lijnen. Die waren allen van dat witte bolletjes-goed, van die ronde bolletjes, die daar waren naast elkaar, allen afgerond en stil daar staand en alleen daar staand op de vlakte, maar toch alleen, niet zijnd, maar daar zijnd om iets samen te zijn met de bolletjes, de witte, ronde, alleenige, verlichte, die daar, een eindje verder, naast hem waren.

Zoo was die sprei heelemaal. Hij had een lengte en hij had een breedte en hij was dunner dan een deken is en dikker dan het laken. En dit was hij van boven. En van onderen waren er geen figuren op. Het ondere van hem lag in donker, goed en stil op den deken. En hij had figuren, die waren naast elkaar in zijn breedte, en zijn figuren waren naast elkaar in zijn lengte. Boven op de sprei lagen de figuren, op die vlakte op regelmatige afstanden van elkaar af. Er was er hier een, en daar, daar naast, was er nog een, en daar achter was er nog een en hier, boven dit, was er nog een, met open plekken tusschen hen in, lager dan de bolletjes waren en zijnde van het eene figuur tot aan het andere figuur. En die de sprei er af nam, zag de donkerte er onder slinken voor het licht en zag de sprei van onderen, dat die even goed en regelmatig als van boven daar was, wit en groot zoo dat je hem zoo ook had kunnen leggen op het bed ofschoon er daar geen figuren op gemaakt waren.

Het licht was op de sprei op het bed en daarin zag je zijn lichte kleur, maar om dat het licht overal was zag je niet dat het zoo licht was, en met dat licht er op was hij met zijn witte kleur door tot aan het voeten-eind-schot, dat daar, met zijn purper zwarte kleur recht op stond waar hij was gedaan.

De sprei en het voeten-eind-schot en het gordijn er boven hadden elk een andere kleur. De sprei was wit, het schot was purper zwart en het gordijn was licht groen, licht groen van kleur. Zij waren dit van kleur.