is toegevoegd aan uw favorieten.

Duizend en één nacht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen zij, buitengekomen, staan bleef en mij nog dringender wenkte, aarzelde ik niet langer, sprong van de toonbank en liep haar na, wat haar veel pleizier scheen te doen. Na een poosje geloopen te hebben, opende zij de poort van een huis en wenkte mij binnen te gaan, zeggende: „Kom maar, het zal je niet berouwen!" Zij bracht mij nu in een vertrek, waar een zeer schoon jong meisje zat, dat haar dochter bleek te zijn. Zij zeide, dat zij, zoo gauw zij van mij gehoord had, dadelijk gezegd had, dat ik stellig een mensen was, die door tooverij in een hond veranderd was en dat zij mij nu meegebracht had, opdat haar dochter zelf zou kunnen oordeelen. Nu moest deze maar eens zeggen, wat zij er van vond. Het meisje keek mij aan en zeide toen, dat haar moeder gelijk had, wat zij dadelijk zou aantoonen. Hierop nam zij een schaal met water en wierp dat over mij heen, zeggende: „Zoo gij als hond geboren zijt, blijf dan hond, maar zoo gij als mensen geboren zijt, herneem dan uw menschelijke gedaante!" En hiermede was de betoovering verbroken en stond ik in mijn eigen gedaante weer vóór hen. Overgelukkig viel ik haar te voet en dankte haar voor de onuitsprekelijke weldaad, die zij mij bewezen had. Mijn leven was tot haar dienst en ik smeekte haar, mij als haar slaaf te beschouwen. Daarna deelde ik haar mede, wie ik was en hoe ik betooverd was geworden. Het bleek, dat het meisje mijn vrouw wel kende, doordat zij bij dezelfde meesteresse les in tooveren genomen hadden. Het meisje gebruikte echter haar kunst nooit ten nadeele van anderen en was zoo verontwaardigd over het misbruik, dat mijn vrouw van haar wetenschap gemaakt had, dat zij vast besloten was, haar hiervoor te straffen. Zij ging eerst hooren, hoe het bij mij thuis stond en veraam, dat mijn vrouw had uitgestrooid, dat ik plotseling op reis was gegaan en dat verder alles bij het oude was. Teruggekeerd, stelde zij mij een fleschje terhand en beval mij, naar mijn huis te gaan en onverwacht mijn vrouw tegen te treden. Als zij dan hierdoor verschrikt, zich zou willen afwenden, moest ik haar haastig den inhoud van het fleschje in het gezicht gooien en zeggen, dat dit de straf voor haar slecht gedrag was; het verdere zou ik dan wel zien. Natuurhjk volgde ik haar bevelen op, en zie, toen ik de woorden had gezegd, die het meisje mij geleerd had, veranderde mijn vrouw in een merrie en dit is het paard, dat gij mij hebt zien tuchtigen en ik waag het te hopen, o Beheerscher der Geloovigen, dat gij thans de straf niet te zwaar zult vinden.

De kalief had met spanning toegeluisterd en zeide nu, dat het gedrag der vrouw inderdaad afschuwelijk boosaardig geweest was. Het kwam hem echter voor, dat het feit der verandering in een dier op zichzelf al voldoende straf was en dus verzocht hij Sidi Numan, voortaan de kastijding achterwege te laten. Hierop wendde hij zich tot Chogia Hassan en zeide hem, dat hij hem had laten roepen, om van hem de oorzaak van zijn plotselingen rijkdom te vernemen. Hij voegde er bij, dat hij gerust openhartig kon spreken, want dat de inhchtingen, die hij inmiddels omtrent zijn persoon had doen inwinnen, alleen zeer gunstig

5* 67