is toegevoegd aan uw favorieten.

Duizend en één nacht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ahmed, gij zijt mij zeer welkom!" De prins was al zeer verwonderd geweest, zoo betrekkelijk dicht bij de hoofdstad een paleis te vinden, waarvan hij nog nooit gehoord had. Toen nu de onbekende hem met name begroette, raakte hij geheel van streek, te eerder, daar hare schoonheid hem zoozeer overweldigde, dat alle gedachten aan zijn verloren Noeroennihar uitgewischt waren. Hij wierp zich voor haar neder en, haar dankende voor hare vriendelijke woorden, smeekte hij haar, hem goedgunstig te willen zeggen, wie zij was en waar hij zich bevond. De schoone zeide hem, op te staan en hem bij de hand nemende, leidde zij hem naar binnen in een zaal, zooals de prins nooit had kunnen vermoeden, dat er ergens bestond. Hier deed zij hem naast zich plaats nemen en nu vertelde zij, dat niet alleen zijn naam, maar al zijn avonturen en die zijner broeders haar bekend waren. En zij ging voort en zeide, dat zij zelve hun die wonderhjke dingen had toegezonden en dat zij het geweest was, die zijn pijl zoo ver had voortgedragen. En dit alles was voor haar minder dan niets geweest, want zij was de dochter van een der machtigste koningen der geesten en haar naam was Pari Banoe. En ten slotte vroeg zij hem met een stem, die liefelijker dan het gezang der nachtegaal was, of hij vermoeden kon, waarom zij dit alles gedaan had. En de prins werd rood en bleek en keek voor zich, en zag dan weer even haar aan, en zweeg. Toen zeide zij glimlachend: „O prins Ahmed, ik dacht, dat gij een beter lot verdiendet, dan de hand der prinses Noeroennihar!" En nu sloeg zij de oogen neer en de prins greep haar hand en buiten zich zelf van vreugde, vroeg hij, of zij werkelijk bedoelde, dat hij op haar liefde mocht hopen. Weer glimlachte zij en keek hem aan en haar oogen spraken voor haar. En prins Ahmed zwoer, dat hij voor eeuwig de hare zou zijn en toen ook zij verklaard had, hem als haren gemaal te erkennen, was naar de wijze der feeën hun huwelijk gesloten. Nu stroomde de zaal vol dienaren en slaven, die hen toejuichten; een heerlijk feestmaal werd opgedragen, opgeluisterd door muziek en dans der geesten, en daarna stelde de stoet zich op, die hen naar het bruidsvertrek geleidde. En in alle pracht en heerlijkheid had de prins toch alleen maar oog voor de hemelsche schoonheid van zijn geliefde Pari Banoe. Dien nacht was hij als in het paradijs; hij plukte haar maagdelijkheid en toen hij haar nu op nieuw naderde, vond hij haar ongerept als te voren en begreep, dat dit zoo bij de feeën was. En zijn hart sprong op van vreugde.

Zes maanden lang leefde hij nu in een bedwelming van geluk. Toen echter kwam de gedachte aan zijn vader in hem op, dien hij altijd innig liefgehad had en hij was vol verlangen te weten, hoe hij het maakte. Maar, hoewel hij dit ook tegen zijn geliefde Pari Banoe uitsprak, uitte hij toch nooit den wensen, zijn vader te gaan opzoeken, want hij wilde haar geen verdriet doen, door van weggaan te spreken. Toen echter de fee merkte, hoe zeer hij er op bedacht was, haar alle leed te besparen, begreep zij, dat zijn liefde voor haar echt en duurzaam was en nu stelde zij hem zelf voor, dat hij een bezoek aan zijn vader zou

87