is toegevoegd aan je favorieten.

Het kortschrift

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING

Dit tweede deel van ons betoog is gewijd aan een critische beschouwing van de voornaamste in ons land gebruikelijke stelsels van kortschrift. Ons bestek veroorlooft ons niet, alle stelsels, welke ten onzent worden beoefend, in ons onderzoek te betrekken. Systemen als Gabelsberger-Schwab, Goudschaal-Bussmann en ook Dekker hebben zeker hun beteekenis, maar hij, die zich afvraagt: Welk stelsel zal ik beoefenen of' in de inrichtingen van onderwijs, die aan mijn hoede zijn toevertrouwd, doen beoefenen? — zal bij stelsels stilstaan, welke hetzij door reclame, hetzij door het welslagen van hun beoefenaars, meer onder zijn aandacht worden gebracht dan deze. Dat dit de stelsels „Steger", Stolze-Wery, Pitman, „RiëntsBalt"(Pont) en Groote zijn, — daarover zal wel geen verschil van meening bestaan.

De theoretische maatstaf, waarmede wij de deugdelijkheid dezer stelsels vergelijken, moet den opmerkzamen lezer uit het eerste deel zijn bijgebleven. Aan het slot van hoofdstuk IV hebben wij onze grondslagen voor stelsel-vergelijking nog eens zoo algemeen mogelijk geformuleerd, waarbij een verwijzing naar de probleem-stelling, welke het resultaat was van ons historisch overzicht, niet achterwege mocht blijven. Metterdaad gaan wij nu de leekenmeening „dat alle systemen ongeveer op 't zelfde neerkomen" bestrijden. Mocht deze treurige dwaling, door ons reeds meermalen in vertrouwelijke officiëele bescheiden aan-