Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1367

deze hier besproken hoornrotsen tot de schisten-formatie behooren; de kleur der biotiet is evenwel vreemd aan de onderzochte en in het voorgaande beschreven glimmerschisten en gneisen, terwijl zij daarentegen wel voorkomt in de echte hoornrotsen van Midden Celebes; ook de overige mineralen (andalusiet, stauroliet, cordiëriet) pleiten voor een contactmetamorphe ontstaanswijze.

De gesteenten van den laatstgenoemden contactring; zie b. 1363. Beschrijving van 1625, vleklei; zie b. 1363. Het donkere gesteente heeft volkomen het uiterlijk van een vleklei. O. h. m. bestaat het uit een uiterst fijnkorrelig gepigmenteerd maaksel van kwarts en blonde biotiet; enkele eivormige holten (vlekjes) zijn minder biotietrijk en gevuld met een mineraal, dat tusschen gekruiste nicols een zijdeachtig uiterlijk heeft; bij sterke vergrooting blijkt het met kwarts doorspikt en optisch positief te zijn (bepaald _L optische as) ■ daar het niet sterk lichtbrekend'is, kan het albiet oi oligoklaas-albiet z\\n. Beschrijving van 1626, vleklei; zie b. 1363. Dit gesteente is in een iets verder stadium der metamorphose dan het vorige; het pigment heeft zich in enkele korrels opgehoopt; de biotietblaadjes zijn grooter; het is dooraderd door breede kwartsaders; het zelfde tusschen gekruiste nicols zijdeachtig uitziende mineraal is ook hier aanwezig; ten opzichte der kwarts vertoont het geen reliëf. Beschrijving van 1632, vleklei; zie b. 1363. Dit gesteente bevindt zich nog niet in een zoo ver gevorderd stadium van metamorphose als 1625 of 1626; het is qualitatief gelijk aan 1625; de mineralen hebben echter een véél fijner korrel; ook is de oorspronkelijke gelaagdheid nog zeer goed te zien.

Beschrijving van 1639, knooplei; zie b. 1363. Dit gesteente bevindt zich in een nog vroeger stadium der metamorphose dan het vorige; het zwarte handstuk is dicht en scherpkantig brekend; o. h. m. lijkt het volkomen op 8a en 358.

IV. De sedimenten.

De sedimenten van Midden Celebes zijn uit een petrografisch oogpunt van minder belang; van meer belang is hun macroscopisch uiterlijk, dat reeds in de vorige deelen uitvoerig door Abendanon beschreven is. In het kort zij hier gememoreerd, dat deze sedimenten te verdeelen zijn in de volgende groepen:

87

Sluiten