Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

779

langs haar rechter oever — geen jong-plioceen bed heeft gehad, zooals ten Z. van Tanangke het geval moet zijn. Het is niet onmogelijk, dat langs den linker oever een oud bed wel voorkomt, doch door het dichte bosch was daarvan niets te zien.

Het rechter oevergebergte was teruggeweken, zoodat het scheen, alsof wij in eene nauwe depressie waren gekomen. Weldra bleek dat de Gimpoe-inzinking te zijn. Na hetgeen ons de Posso- en de LeboniBada-inzinkingen hebben geleerd, lijkt het mij waarschijnlijk, dat ook deze Gimpoe-depressie in het mioceen werd aangezet; daardoor vormde zich een mioceen meer, welks afmetingen evenwel nog niet bekend zijn geworden. In dit oudere inzinkingsgebied moeten dan, evenals bij de oudere Bada-Leboni- en de Posso-depressies, jongere nazinkingen zijn ontstaan. Waarheen het mioceene Gimpoe-meer afwaterde, valt voorshands niet te zeggen. Waarschijnlijk is het, dat zulks naar het W. plaats had.

Even boven de instrooming der S. Mewe bepaalde Schiebel de hoogte van de Koro op 335 M., zoodat het verval van Tanangke over ii^ü K.M. dan ±115 M. zou bedragen, of ± i°/0-

Beneden ons naar N.W., dus dichter bij de Koro, kwam het gehucht Watoekama tusschen het geboomte uit.

Terwijl van alle windstreken zware cumulus-wolken opkwamen, klommen wij geleidelijk tegen een grashelling tot +425 M., om dan weer over zandgrond, welke meest ontwoud was, en over vier opvolgende beekjes, waarin stukken lagen van lipariettuf (1376; 1380; en 1381, lichtvaalgroene en witte gesteenten, hard, scherpkantig-brekend en ongelijkmatig-fijnkorrelig), mergelige lipariettuf (1378; en 1379, beide lichtgroenkleurig, gelijkmatig-zeer-fijnkorrelig-en-dik-gebankt), biotietandesiet (1377, lichtbruinwit, poederig afgevend, hard) en van graniet, zonder dat de vaste rots te voorschijn kwam, af te dalen naar de S. Mewe, een 20 meter breede, 1 M. diepe en zeer snelstroomende rivier (344 M.).

Toen lag de Gimpoe-hoogvlakte naar het N,t.W. voor ons, doch door het dichte bosch doet foto 244 alleen de afwezigheid van hooggebergte op den achtergrond uitkomen.

Naar het Z.20°W. verdween de Koro-insnijding tusschen de berghellingen.

Na een vrij moeilijke doorwading der S. Mewe liepen wij N.waarts over vlak land. Ongetwijfeld is de Gimpoe-vlakte door de Mewe-rivier

Sluiten