Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

792

diepe S. Makoë-insnijding, dadelijk W. van die der zuidelijke S. Mama. Naar boven is het terrein der S. Makoë breeder uitgesneden. In het O.Z.O. was achter het Koro-oevergebergte een hooge bergreeks zichtbaar, welke blijkbaar tot het granieten bergland behoort. Hoewel beide oevergebergten vele dwarsinsnijdingen vertoonden, maakte het landschap in zijn geheel toch een zeer massieven indruk, zoodat de kloofvormige Koro-vallei als een diepe en smalle kerf in het dichtaaneengesloten hooge bergland uitkwam. Men zou de Koro-vallei tot voorbij Totoentowi kunnen vergelijken bijv. met de insnijding der Schyn-stroom in Graubünden tusschen Tiefenkastell en Thusis, zooals men die kan zien, reizende langs de Rhatische baan van Chur naar St..Moritz. En geen wonder, dat het volgen van dit deel der Korovallei heel wat meer inspanning kostte dan de wandelingen langs de Mamasa- of Saadang-rivieren.

Na eerst nog flauw geklommen te zijn tot ±710 M., kwamen wij bij de daling naar de S. Mama nogmaals voorbij een rond plasje met d= 15 M., Kaliwa genaamd, zonder zichtbare vaste rots onder het dichte grasdek. Bij de verdere, steile daling wezen losse stukken granietietgneis (1408, weinig biotiet, wit, 2-3 c.M. dikbankig-brekend), scherpkantigen apliet en drukgelaagden amfiboolgraniet op de samenstelling van den vasten ondergrond.

Op ± 590 M. hoogte bereikten wij de samenvloeiing der kleine heldere S. Bowega met de S. Mama. In de eerste was kwartsietisch verharde kleilei (1409, gemetamorphoseerd, grijsgrauwblauw, met papierdunne calcietadertjes in allerlei richtingen, prismatisch platvlakkigbrekend, vermoedelijk jong-cretaceïsch) de vaste rots met R = W.2 5°N.l) en H = 55°Z.Z.W., en bedekt met een kalksintelhuid. De kleilei vertoonde splijtvlakken in drie richtingen; zij bevat geen versteeningen, zoodat haar ouderdom niet vaststaat en slechts vermoed kan worden. Niet in het zijbeekje, de S. Bowega, maar wel in de S. Mama lagen voorts nog met travertijn omgeven stukken donkeren diorietgneis (1410).

De vraag doet zich voor, vanwaar de kalk dezer travertijn afkomstig is: van glimmerkalksteen?, of van een ander kalk-gesteente?

Steil (tot 2 70) werd, bij groote hitte, tegen de woudlooze, zwarte kleihelling met stukjes kleischalie opgeklommen tot het beboschte plateau, waarop het bijna geheel verlaten dorp Tompi lag (±870 M.). Een

1) In groote trekken is de Koro tot die richting omgebogen.

Sluiten