is toegevoegd aan je favorieten.

Verzameling van Nederlandsch-Indische rechtspraak en rechtsliteratuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cognossement.

8. Waar ïn het cognossement is vermeld, dat de schipper van het cognossement heeft uitgereikt drie exemplaren, van welke een, behoorlijk voor de ontvangst der goederen afgeteekend, zal moeten worden afgegeven in ruil voor de daarin opgenoemde goederen, waarna de overige exemplaren waardeloos zijn, behoeft slechts één exemplaar te worden afgegeven.

Nu door eischer tusschentijds verbreking der vervoerovereenkomst wordt gevorderd, komen de kosten, welke daarvan een onmiddellijk gevolg zijn, als omstuwings-, lossingskosten, en dergelijke, eventueel door den schipper voorgeschoten om de uitlevering dier aan eischer toebehoorende goederen te kunnen bewerkstelligen, te zijnen laste.

RvJ. Soerabaia 7 Juli 1915. T. 105, blx. «33.

9. Volgens het stelsel der wet, is het cognossement door of namens den schipper afgegeven, en door den inlader aangenomen, van af dat oogenblik de uitsluitende drager van de verplichtingen van den schipper ten opzichte van de lading, en deze dan ook ter zake daarvan aan niemand verbonden dan aan den geconsigneerde. Deze kan dan ook alleen tegen hem ter zake dier goederen aanspraken doen gelden, waaruit volgt, dat de macht over het goed voor den inlader als zoodanig geheel verloren is gegaan, en deze geene rechten meer op de uitlevering daarvan dan wel op schadevergoeding wegens verkeerde uitlevering kan doen gelden, vermits die rechten alleen toekomen aan den houder van het cognossement, jegens wien de schipper zich zelfstandig heeft verbonden.

HGHof 38 Maart 1918. T. 110, blz. 164.

Commissionair.

1. Indien een commissionair, daartoe krachtens contract bevoegd, de hem in commissie gegeven koopmanschappen op zijn beurt aan een derde ten verkoop in commissie geeft, ontstaat daardoor tusschen dien derdeen den oorspronkelijken commissiegever geenerlei rechtsband.

De door den oorspronkelijken commissionair aan een anderen comm.r gegeven machtiging, waaraan nog geene uitvoering was gegeven, is door eerstgenoemde's faillissement vervallen en hierdoor het recht van den gemachtigde om den koopprijs als uitvloeisel der machtiging te vorderen. Evenmin kan uit art. 240 tweede lid W. v. K. steun voor rechtsband tusschen den gemachtigden commissionair en den derde, die in commissie ontving, worden geput, omdat in deze wetsbepaling den committent alleen een vordering wordt toegekend tegen derde koopers ter zake van nog niet aan den commissionair gekweten kooppenningen.

HGHof 36 October 1911. T. 98, blx. 343.