is toegevoegd aan je favorieten.

Verzameling van Nederlandsch-Indische rechtspraak en rechtsliteratuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dagvaarding in burgerlijke zaken.

rnin grond, vermits de bepaling in art. 96 Rv. als van algemeene strekking ook bij andere dan de in art. 94 ibidem opgenoemde verzuimen van toepassing is.

HGHof s Juni 1913. T. 100, bit. 388, W. ajoi.

21. Een exploit, waarbij de man aan zijn vrouw laat aanzeggen, dat hij, ter plaatse daarin uitgedrukt, domicilie stelt ten aanzien van alle, namens' haar, aan hem uit te brengen exploiten, speciaal dat van dagvaarding tot echtscheiding, kan niet in de plaats treden van een door de wet bedoelde akte van domiciliekeuze.

Bovendien is slechts geldig een domiciliekeuze tot een bepaalde zaak, met met het oog op een toekomstige rechtshandeling.

De dagvaarding, uitgebracht aan het aldus gekozen domicilie is nietig.

Met het oog op de bepaling in artt. 2 en 3 Rv., mag, alleen indien domicilie is gekozen bij een landsdienaar, het ervoor worden gehouden, dat de afgifte van het afschrift der dagvaarding ten behoeve van den gedaagde heeft plaats gehad.

Rv. Semarang a7 Juni 1913. T. xoo. bit. 448 (met naschrift redactie T.).

22. Waar art. 20 der Statuten der gedaagde naamlooze vennootschap toelaat het vestigen van bijkantoren buiten Nederland en in rechte vaststaat, dat zij een bijkantoor bezit te Soerabaia en een naamlooze vennootschap, krachtens de wet, op meer dan een plaats gevestigd kan zijn, is het voor beantwoording der vraag of de naamlooze vennootschap ook op genoemde plaats gevestigd is, alleen van belang of het kantoor te Soerabaia bevoegd is het gewone dagelijksche bedrijf der vennootschap zelfstandig uit te oefenen.

HGHof 4 September 1913. T. 101, bit. 138.

23. Als het exploit van dagvaarding formeel voldoet aan de daarvoor in de wet gestelde vereischten, kan van nietigheid ervan geen sprake zijn.

Met de schriftelijke verklaring van een hoofd van plaatselijk bestuur omtrent iemands woonplaats of werkelijk verblijf, kan daarvan het bewijs met geleverd worden, daar de wet aan een dergelijke schriftuur geen bewijskracht toekent.

RvJ. Semarang 31 October 1913. T. 101, bis. 363.

24. Wanneer door omstandigheden, welke niet te voorzien waren de dagvaarding m hooger beroep tegen den, overeenkomstig art. 339jctoart 10 Rv., bepaalden rechtsdag, niet tijdig kan worden uitgebracht met inachtneming van den door den rechter bepaalden termijn, bestaat er geen bezwaar tegen om, met wijziging van de vroegere beschikking, een nieuwen rechtsdag en termijn vast te stellen.

HGHof 37 November 1913. T. 101, bis. 45a.