is toegevoegd aan je favorieten.

Verzameling van Nederlandsch-Indische rechtspraak en rechtsliteratuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io6

Dagvaarding in strafzaken.

10. Het voorschrift in het tweede lid van art. 179 Sv. omtrent de bepaling van den termijn, welke tusschen de beteekening van het requisitoir van dagvaarding en den rechtsdag moet verloopen ingeval de beklaagde woont op een eiland van N.-I., niet behoorende tot een residentie, waarvan de hoofdplaats op Java is gevestigd, kan niet, naar analogie toepassing vinden bij dagvaarding van een beklaagde die woont of verblijf houdt buiten N.-I.

HGHof 15 Januari 1913. T. 100, blx. 241.

11. Het subsidiair tenlastegelegde feit komt slechts in aanmerking wanneer beklaagdes schiild aan het primair ten laste gelegde niet is bewezen. Vormt dit eerste feit, waarin het laatste opgesloten ligt een misdrijf van verdere strekking, dan wordt de rechter, zoowel in eersten aanleg als in revisie, verhinderd den beklaagde aan dit verst strekkend misdrijf schuldig te verklaren.

RvJ. Soerabaia 7 Juli 1913. T. xoa, blz. 182.

12. Indien de laatste verblijfplaats des beklaagden in N.-I. bekend is, behoort de dagvaarding hem ingevolge 119 Sv. aldaar te worden beteekend, en kan dit niet door aanplakking ad valvas geschieden.

Het Regl. Strafv. schrijft niet voor hoe de deurwaarder heeft te handelen, indien hij hetzij aan de woonplaats, hetzij aan de laatst bekende verblijfplaats, noch den beklaagde noch diens huisgenooten vindt, welke leemte echter niet mag leiden tot het uitspreken van de nietigheid der dagvaarding, wanneer de deurwaarder in zoodanig geval handelt zooals hij op de meest rationeele wijze handelen kan, zijnde in casu uitbrenging van het relaas in het huis dat beklaagde laatstelijk had bewoond, en afgifte van het exploit aan den administrateur der maatschappij in wier dienst hij laatstelijk was.

HGHof 26 Januari 1914. T. 102, blz. 603.

13. De beteekening van den rechtsdag behoort in zaken van overtreding door ambtenaren van den B. S.. notarissen en andere ambt.n (art. 867 Rv.) gepleegd, te geschieden overeenkomstig het voorschrift van art. 178 Sv.

Die beteekening gedaan door een bij een buiten N.-I. gevestigd rechtscollege gevestigden deurwaarder is nietig. Zoodanige beteekening gedaan ad valvas is eveneens nietig, indien in het exploit niet wordt bekend gesteld, dat zoowel de woonplaats als het laatste verblijf des geinsinueerden hier te Lande onbekend is.

HGHof 28 Mei 1914. T. 102, blz. 607. (Zie aant. redactie T.).

14. Een relaas van beteekening en dagvaarding moet bestaan uit een geschrift, op een papier gesteld, of althans zal ontwijfelbaar moeten vast-