is toegevoegd aan je favorieten.

Verzameling van Nederlandsch-Indische rechtspraak en rechtsliteratuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Recidive.

1. Herhaling van misdrijf vormt een der bizondere kenmerken van het gepleegde strafbare feit en moet dus worden opgenomen in de kwalificatie (hier: diefstal met buitenbraak in een bew. h.).

Landr. Toeloeng-Agoeng 10 April 191a. T. 98, bic. 357 bekr. door RvJ. Soerabaia.

2. De tenlaste gelegde en bewezen verklaarde verzwarende omstandigheid van recidive behoort in de kwalificatie van het strafbaar feit te worden opgenomen.

HGHof 28 September 191a. T. 99, bic. 340.

3. Volgens art. 486 W. van Sr. kan slechts van recidive sprake zijn, ingeval van eene vroegere veroordeeling tot gevangenisstraf.

Rv). Semarang (zonder datum) T. 113, blz. 83.

Blijken* eene mededeeling der redactie T. (deel 112 blz. 184) is bij de opneming verzuimd te verwijzen naar S. 1918 n". 369 j* 544 art. a (in werking getreden 1 October 1918), waarbij aan art. 28 I. V. is toegevoegd de zinsnede: ,of ter zake daarvan eene andere straf dan gevangenisstraf werd uitgesproken." 's Raads vonnis moet dus gewezen zijn vóór z Oct. '18.

4. Voor toepassing van den in art. 45 lid 3 Sr. genoemden maatregel op jeugdige personen, die zich aan misdrijf hebben schuldig gemaakt, is, in tegenstelling met hetgeen bij overtredingen geldt, recidive geen vereischte.

HGHof 34 December 1918. T. 112, blz. 176.

Reclame (militaire).

1. Bij het berechten eener reclame heeft de Krijgsraad enkel te beslissen of de strafreden juist is, d.w.z. of door den reclamant al dan niet een bepaalde handeling is gepleegd, of die handeling, indien zij is gepleegd, met juistheid in de strafreden is weergegeven en of die handeling, indien bewezen, al dan niet oplevert een overtreding van de krijgstucht.

HMGHof 6 1 uni 1913. T. zoo, blz. 517.

2. In de klachtprocedure treedt de auditeur-nulitair niet als vervolgend ambtenaar op. Mitsdien behoort bij gegrondverklaring der reclame geen veroordeeling van den klager in de proceskosten te worden uitgesproken, terwijl er ook geen grond is om de beschikking „In Naam der Koningin" te wijzen.

HMGHof 6 November 1914. T. 104, blz. 63.

3. Mr. C. A. Wienecke. Aanteekening op de reclameregeling. (S. 1874 N°. 28).

T. 94, blz. 1.

Reconventie.

1. Aan de ontvankelijkheid van een in reconventie gedane vordering tot ontbinding eener overeenkomst, staat niet in den weg, dat ook reeds in conventie van diezelfde overeenkomst de ontbinding is gevraagd.

RvJ. Soerabaia 31 Juli 1907. T. 93, blz. 439.