is toegevoegd aan je favorieten.

Verzameling van Nederlandsch-Indische rechtspraak en rechtsliteratuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schriftelijk bewijs in burgerlijke zaken.

verkooper is verkocht, ligt opgesloten, dat deze heeft gekocht, hetgeen wordt versterkt door de in de akte opgenomen mededeeling, dat de verkooper reeds een gedeelte van den koopprijs heeft ontvangen.

HGHof 28 September 19x4. T. 107, blx. 355 anders RvJ. Batavia beslissende dat een dergelijke akte slechts een begin van bewijs bij geschrifte oplevert.

15. Een onderhandsche akte levert bewijs op van de daarin geconstateerde overeenkomst, ook tegen derden, tenzij dezen de echtheid van het handschrift niet erkend mochten hebben.

RvJ. Soerabaia 16 Juni 1915. T. 105, blx. 134.

16. Partijen, overeenkomende dat de boete wegens overtreding der overeenkomst verschuldigd zou zijn enkel op grond van het proces-verbaal van den houtvester, moeten geacht worden bedoeld te hebben dat het bedoelde pr.-vb., om die kracht te hebben, moet berusten op eigen waarneming, nu vaststaat, dat een door appellant uitgevaardigd en aan geïntimeerde bekend dienstvoorschrift reeds vóór het sluiten der overeenkomst bestaande, aan de houtvesters verbood, een pr.-vb. anders dan pp grond van eigen waarneming op te maken.

Daarentegen kan het beding, dat boete wegens overtreding der overeenkomst verschuldigd zal zijn, enkel op grond van een deswege door den resident opgemaakt pr.-vb., uit den aard der zaak niet opgevat worden in den zin, dat ook dat pr.-vb. op eigen waarneming zou moeten berusten, vermits een hoofd van gewestelijk bestuur niet in staat is, om persoonlijk na te gaan of een der bedoelde overtredingen is gepleegd.

Beide bedoelde bedingen hebben geen andere beteekenis, dan het leveren van tegenbewijs tegen den inhoud der processen-verbaal uit te sluiten.

HGHof 9 November 1916. T. 108, blx. 476.

17. Het door eischeresse in het geding gebrachte recu van een aangeteekend stuk bewijst—als zijnde een authentieke akte — volledig, dat eischeresse de door haar bedoelden brief op den in het recu vermelden dag aan het hoofdpostkantoor te Soerabaia als aangeteekend stuk heeft afgegeven.

Residentierechter Batavia 15 December 1916. T. xxo, blx. 379.

18. Onder „zaken van koophandel", bedoeld in art. 1878 lid 3 B. W., moeten worden verstaan de, als schuldbekentenissen op te vatten onderhandsche eenzijdige geschriften, welke bijzonderlijk in het handelsverkeer gebruikelijk zijn en in het handelsrecht zijn geregeld, voornamelijk „orderbiljetten".

HGHof 39 November 1917. T. 110, blz. 487.

19. Mr. G. André de la Porte. De kracht der dagteekening van onderhandsche akten (art. 1880 Ind. B. W. art. 1917 Ned. B. W.).

T. 95, blz. 179.