is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aantal eilanden, was de bevolking weerbarstig. Pas Diederik I schijnt door opdracht van Karei den Eenv. het grafelijk gezag over haar verworven te hebben. Een gezag in naam misschien. In 993 is Arnulf (988—'93) bij Winkel tegen de W.-Friezen gesneuveld. Nog bijna 3 eeuwen lang hebben deze streken in een staat van tusschenpoozenden opstand verkeerd. Arnulf's vrouw was blijkbaar zelfs nauwelijks in staat het overblijvende deel voor haar zoontje te bewaren. Doch haar zwager Hendrik van Beieren werd in 1002 koning, en in 1005 heeft deze een expeditie ondernomen om de onderzaten tot gehoorzaamheid te brengen.

Diederik III (993—1039) echter heeft als meerderjarige zijn oom dien dienst niet door volgzaamheid vergolden. Friezen waren begonnen een wildernis aan de Merwede —• oudtijds ook de naam voor de huidige Noord en Nieuwe Maas—te ontginnen. Diederik nam het nieuwland onder zijn gezag en bouwde dicht daarbij, te Vlaardingen, een kleine sterkte. Hiermee legde hij niet alleen de hand op een stukje grondgebied, maar ook op een belangrijken waterweg. Ongev. aan den Z.W.hoek van het tegenw. IJselmonde vloeiden destijds Maas en Waal ineen, die even noordelijker, met de Merwede vereenigd, één breeden riviermond vormden. Een aantal bisschoppen en abten klaagden over schending van hun jacht- en vischrechten in de Merwedestreek, koopheden van Tiel over bemc>eüijldng van het verkeer met Engeland en op den rijksdag van Nijmegen in 1018 beval de keizer, dat hertog Godfried I van Lotharingen met troepen van den aartsbisschop van Keulen en de bisschoppen van Utrecht en Luik zou opruimen, wat daar in het W., op de grens van land en water den rechthebbenden tot last was. Men kent den afloop: het aarzelend optrekken van het ontscheepte leger in het met slooten doorsneden land, de paniek en de dolle vlucht naar de schepen. De graaf kon nog net voorkomen, dat de reeds omsingelde hertog ook gedood en de bloedschuld, die de beklemmend groote zege reeds op hem laadde, noodeloos verzwaard werd. De hertog werd vrijgelaten op belofte, dat hij den keizer en anderen van wraak zou doen afzien (1018).

In alle kronieken en jaarboeken van dien tijd hangt de naklank van de ontsteltenis, die deze gebeurtenis wekte, en drie tijdgenooten hebben ze beschreven. Lateren hebben ze oververteld en misleid door den naam Merwede, hebben ze alles uit de omgeving van Vlaardingen naar die van Dordrecht overgebracht en verzonnen