is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ruzies soms, wordt uitgestort in het algemeene geschil. In Holland schijnt de structuur der bevolking een splitsing in twee partijen te bevorderen; een tegenstelling tusschen Hoeken en Kabeljauwen — de altijd nog wat raadselachtige partijnamen, die nu opkomen — vindt men er bijna 150 jaar later nog terug. Maar tot nu toe is nooit duidelijk aangetoond, dat de breuk juist daar ontstaan is, waar men ze bij een bevolking als de Hollandsche verwachten moest. Het is niet eene tusschen standen of klassen. Onder de edelen zijn Hoeken en Kabeljauwen, voor- en tegenstanders van Margareta; de meeste steden zijn wel is waar Kabeljauwsch, maar niet alle, en in bijna elke er van is althans een Hoeksche minderheid. En eigenlijk nu, bij het begin van den strijd, zou het het oogenblik zijn om waar te nemen, welke kracht de menschen tot eikaars vijanden maakte, want in deze tijden kon de partijhaat, als ze eenmaal geboren was, lang leven uit zichzelf *) en zich verder voeden met de leuzen van den dag.

Literatuur: Holland: Cronica de Hollant et ejus comitatu (— 1436; met kort vervolg Uitg. d. Matthaeus in Analecta 4° V, 523); Het oude Goudtsche kronycxken (— 1436 met vervolg — 1477. Uitg. d. Scriverius, Amst. 1663. Vgl. Fruin, Verspr Geschr. VIII 241); Joannes a Leidis, Chronicon Höttandiae (— 1417. Uitg. d. Sweertius, Frankfort 1620). Vgl. S. Muller Fzn., Die Hollantsche Cronike van den Heraut (Bijdr. Vad. Gesch. III*. 1). Oorkonden en dgl.: V. Mieris II; Devillers, Cartulaire de Hainaut I; V. d. Bergh, Gedenkstukken tot opheldering der Ned. Geschiedenis (3 dln.; Leid. 1842—'47)1 160; De Jonge, Verhandelingen en onuitgegeven stukken I 1, II 1 (Delft 1825-'27).

De Jonge, Verhand, over den oorsprong der Hoeksche en Kabelj. twisten (Leid, 1827), waarmee te vergel.: Blok in Bijdr. Vad. Gesch. III* 253; S. Mollek Fzn. in VersL v. d. Alg. Vergad. v. h. Prov. Utr. Gen. 1899,42; Smit in De opkomst v. d. handel v. Amsterdam (Amst. 1914) 75.

Utrecht: „Vermeerderde Beka" (—1426. Uitg. d. Matthaeus in Analecta 4°, III 1); Heda en oorkk. als bov. blz. CLXX.

Gelderland: de kronieken gen. achter § 4 en Nijhoff, Gedenkwaardigheden II (1343-'71).

§ 8. Het afloopen van de crisis (1350—± 1360).

In Holland waren de Kabeljauwen de sterkste partij. Tot haar behoorden o.a. de heeren van Arkel, Egmond en Heemskerk en dan nog bijna alle steden. Van deze had Delft de leiding. Het Was misschien evenzeer gekant tegen het eenzijdig bevoorrechte Dordrecht als tegen Margareta. Maar ook in de omgeving der keizerin sprak men over de Kabeljauwen als de partij van Delft. Men wist daar, dat deze niet zou buigen én einde '50 was Margareta in Zeeland, waar ze nogal aanhang onder den adel had, bezig

') Vgl Huizinga, Herfsttij der middeleeuwen (Haarl. 1919) 22.