is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§12. Het Sticht en zijn landshèeren van ± 1360-1423.

Toen bisschop Jan van Arkel in 1364 naar Luik verhuisde (blz. cc), had hij ook al in het Oversticht getoond de sterke man te willen zijn, die orde en veiligheid handhaafde. Bij Bathmen had hij het kasteel Arkelstein gebouwd „om te verhoeden overdaet" (misdaad) en onder de grensbewoners aan den Steenwijkschen kant was hij een paar maal aan komen rijden met gewapenden om hun te leeren, dat hij erkend wilde zijn tot aan de palen van het Sticht. Maar de groote gebeurtenis was geweest de verovering van het geweldige roofslot van Zweder van Voorst bij Zwolle in '62. Met wellust hadden de burgers van Kampen, Deventer en Zwolle het geslecht en voor den bisschop had de afbraak van de burcht van dezen vroegeren Overijselschen machthebber (blz. CLXxx)op pikante wijze den omkeer in de verhoudingen verbeeld.

Voor de destijds zeer welvarende IJselsteden—Kamper schepen trof men aan van Reval tot La Rochelle — was strijd tegen de „roefhuse", welke het verkeer met hun achterland bemoeilijkten, een noodzakelijkheid. Maar zij behoefden daarvoor een landsheer, die als veldoverste met hen aanpakte, die hun onderlingen naijver, hun vrees voor zware oorlogskosten en voor onzekere krijgskansen overwon. Bisschop Jan van Vernenburch, een vreedzaam man, was er niet geschikt voor. Het liep hem niet mee ook. Enkele zijner adellijke tegenstanders overvielen hem te Goor en hij moest zijn inkomsten bezwaren voor het losgeld, waarmee hij zich uit degevangenschap vrijkocht. Daarenboven begon hertog Albrecht over de pandsom voor Vredeland (blz.cxcix); de moeilijkheden waren hem al over het hoofd gegroeid, toen hij in '71 stierf. Men begroef hem „ellendelike", „sonderuitvaert". Zijn opvolger, Arend van Hoorn,, was bij den eersten greep al evenmin gelukkig: hij nam deel aan den Gelderschen successieoorlog, maar juist aan den verkeerden kant (blz. cxcvi). De moeilijkheden met Holland namen daarbij toe en bezorgden hem daarna een oorlog met dit gewest (blz.cc).

Voor de zaken van het Oversticht bleef niet veel kracht over. In '75 hielp hij de Kampenaren het kasteel Puttenstein (ten O. v. Elburg) innemen, doch hiermee hield het op. Pas na'79, onder Floris van Wevelikhoven, werden de pogingen om het platteland daar