is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Barend Proeys van buiten op de deur en riep tot den vicaris-generaal, dat hij er niet levend af zou komen, indien niet Rudolf van Diepholt verkozen werd. Het proces-verbaal der zitting maakt geen melding van dit incident, maar het bevat de redevoering, welke een der capitularen hield ter aanprijzing van dienzelfden candidaat, en daaruit blijkt, dat niet alleen het burgemeesterlijk dreigement, maar ook het algemeen verlangen der Stichtenaren een reden kon zijn om hem te kiezen Vroeger had anders het Sticht zich steeds een bisschop laten geven; het had hem dan ontvangen met phchtmatig eerbetoon, zelden met eenige warmte en tot voor niet zoo heel lang nog met den eenigen duidehjkenwensch, dat hij de zoo nauw mogelijk getrokken grens zijner bevoegdheden niet overschrijden zou. Sedert het midden der 14e eeuw was het Sticht echter den bisschop voor zich gaan opvragen als landsheer en sindsdien was te verwachten, dat het niet steeds meer hjdelijk den bisschop zou aanvaarden, dien anderen aanwezen. Het Sticht, dat is te verstaan degenen, die hun gemeenschappelijke wenschen als staatkundige eischen tot uiting vermochten te brengen, in de eerste plaats dus de groote steden. Deze dan, en met hen de ridderschap, hadden zich nu, in '23, vereenigd in den wensch, dat Rudolf van Diepholt hun bisschop zou worden.

Hij kreeg de meeste stemmen, niet een volstrekte meerderheid, doch ten slotte droeg een andere candidaat, de domproost Zweder van Kuilenburg, de op hem gevallen stemmen op Rudolf over, zoodat deze als „postulaat" aan den paus ter bevestiging voorgedragen kon worden. Paus Martinus V weigerde evenwel de confirmatie, beval een nieuwe keuze en benoemde, toen deze geweigerd werd, den bisschop van Spiers te Utrecht. Doch de nieuwbenoemde kreeg weinig gunstige inlichtingen omtrent de ontvangst, die hem in het Sticht wachtte en hij ruilde met Zweder van Kuilenburg zijn aanspraken op het bisdom voor diens inkomsten van de domproosdij. In Juli '25 legden Zweder's gevolmachtigden aan de kapittels te Utrecht de brieven over, waarbij hij door den paus bevestigd was als bisschop.

Hij vond zijn plaats ten deele reeds ingenomen. De Overijselschen hadden de landsheerlijke inkomsten en sloten al in handen gesteld vanden postulaat; het Nedersticht hadafgewacht.Thans,nu Zweder zijn brieven had, erkenden de kapittels dezen, Amersfoort huldigde hem en Utrecht gevoelde zich nu ook niet sterk genoeg