is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de Ommelanden waren nog niet „als één corpus": de Ommelanden hielden eigen landdagen, slechts voor gemeenschappelijke aangelegenheden vergaderden hun afgevaardigden met die der stad. In Friesland moesten zich vaste vormen nog ontwikkelen. De Staten groepeerden er zich nog wel standsgewijs: geestelijkheid, heerschappen en steden en huislieden, maar gestemd werd gewoonlijk naar kwartieren: door Oostergo, Westergo en Zevenwolden. Tevergeefs trachten de steden nog zich uit dit verband los te maken en samen een vierde stem te vormen.

Niet alleen, dat de Staten beslisten over het toestaan van een bede en over de wijze van heffing, in Holland werd hun ook wel de inning daarvan toegestaan; ze namen ten behoeve en met goedkeuring der regeering leeningen op ten laste van het land, mochten gelden heffen ter bezoldiging van hun advocaat, voor schrijfkosten en vacatiën; ze hadden hun eigen ontvanger — kortom een eigen financieel beheer. In alle gewesten was dat zoo in meerdere of mindere mate.

Ambtenaren als den Hohandschen landsadvocaat vindt men nu ook elders: in Zeeland (sedert 1506) den pensionaris van prelaat en edelen; in Friesland (sedert '37) een rechtsgeleerd secretaris. De Staten van Utrecht hielden na '28 als secretaris den secretaris van het Domkapittel, die van oudsher in het Generaal Kapittel als zoodanig gefungeerd had, naast wien zij bij voorkomende gevallen een landsadvocaat aannamen. Groningen en de Ommelanden, gewwnhjk met elkaar haspelend over het stapelrecht der stad.voorzagen zich elk van een rechtsgeleerd raadsman, een syndicus (resp. in '48 en '59)

Gedurig benoemden in vele gewesten de Staten commissies uit hun midden om zaken voor te bereiden of af te wikkelen: volle vergaderingen waren kostbaar en mochten slechts door den stadhouder of bij diens afwezen door het Hof samengeroepen worden 1). Ze bestonden dikwijls uit dezelfde personen en tusschen hun zittingstijden was soms weinig onderbreking; daardoor kregen ze al iets van de latere dagehjksche besturen der provinciën, Gedeputeerden of Gecommitteerden. Het meest af was hun uiterlijke gedaante in Zeeland, waar ze gevormd werden door den prelaat, eenige edelen — sedert '44 één, den later z.g. eersten edele — en den Middelburgschen magistraat.

') In Zeeland ook door den prelaat of door prelaat en edelen.