is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne toestemming tot het huwelijk zijner oudste dochter Maria met prins Willem, reeds in 1641 gesloten, niettegenstaande de jonkheid der beide kinderen, was er een eerste stap toe, hoopte hij.

Veel minder belangrijk dan men zou verwachten, was na 1635 de landoorlog. De samenwerking met Frankrijk, dat den oorlog nu openlijk verklaard had, het vrij veel te wenschen, al waren de bedoelingen van Richelieu en Frederik Hendrik nog zoo goed, al stemde de eerste er reeds in 1636 (verdrag van Sept.) in toe, opnieuw subsidiën te betalen, wat niet bij de alliantie van 1635 bepaald was *). Maar Frankrijk, dat nu ook in Duitschland oorloogde en daar in verbond met Zweden geheel de overhand op Habsburg kreeg, was niet in staat direct met alle krachten in België te ageeren; een krachtig Fransch leger moest nog gevormd worden. In i635namen de Spanjaarden het fort Schenckenschansinden bek van de Betuwe en het duurde tot het voorjaar van 1636, vóórdat Frederik Hendrik met een Fransch-Nederlandsch leger de belangrijke sterkte kon hernemen. Er had in dezen eersten veldtocht zóó veel aan de samenwerking ontbroken, dat de Fransche troepen, toen onder Frederik Hendrik geplaatst, sedert zelfstandig ageerden. Men overlegde alleen gezamenlijk de plannen. Maar er kwam van de uitvoering niet veel terecht. De Prins toonde zich Voor den strijd in het open veld weinig geschikt. Zijn eenig succes in de eerste jaren na 1635 was de herneming van Breda (1637), waar echter het verlies van Roermond en Venlo tegenover stond. Een poging, om Antwerpen in te sluiten •), mislukte (1638). Veel geld kostten de jaarhjksche tochten, waarvan Constantijn Huygens, 's Prinsen secretaris, in zijne brieven aan de Prinses vele bizonderheden verteld heeft. Op één er van, in 1640, sneuvelde Hendrik Casimir, zoon en opvolger van den op den Maas-veldtocht in 1632 omgekomen Ernst Casimir, in Vlaanderen. Nu deed Frederik Hendrik moeite ook het stadhouderschap in de drie Noordelijke gewesten voor zich te verwerven; de Staten-Generaal bevorderden dit door een deputatie. De toeleg slaagde in Groningen en Drente. Maar Friesland koos Willem Frederik van Nassau-Dietz, broeder van

') De goede verhouding werd ook niet gestoord door de vriendelijke ontvangst, die aan Maria de Medicis, ten gevolge van hare breuk met Richelieu uit Frankrijk gebannen, bij haar bezoek bier te lande in 1638 ten deel viel.

*) De meermalen geuite beschuldiging, dat een Amsterdamsch koopman de stad bij deze gelegenheid van oorlogsbehoeften zou hebben voorzien, is onhoudbaar (De Boer in Tijdschr. voor Gesch., XXVII, 1).