is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Rechteren, die het initiatief in Overijsel genomen had. Ten onrechte heeft men den naam van tweede Groote Vergadering aan deze bijeenkomsten gegeven: zij bestond alleen uit de gewone gedeputeerden ter Staten-Generaal, die eiken dag een buitengewone bijeenkomst hielden; het aantal aanwezigen was niet grooter dan gewoonlijk, zelfs nog iets kleiner, omdat Stad en Lande, waar opnieuw hevige twisten uitbraken, juist in deze maanden haast voortdurend afwezig was (meestal een 15-tal).

Het was vooral te doen om middelen van „redres". Welnu! de vergadering, die in September 1717 gesloten werd, heeft geen enkel dusdanig middel vastgesteld. Haar voornaamste onderwerp van beraadslaging was de grootte van het leger, die ten slotte, althans in beginsel, op 34.000 man bepaald werd. Toch waren van buiten de vergadering zeer belangrijke adviezen ingekomen: de Raad van State legde meer dan eens door Van Slingelandt gestelde memories over, waarin de door de ondervinding meer en meer gevoelde „defecten" in de regeering (gebrek aan volmacht van de gedeputeerden, het niet toepassen van middelen van „contrainte" tegenover niet-betalende gewesten) zeer duidelijk in het licht gesteld werden en tevens een middel tot verbetering (herstel van de vroeger aan den Raad van State toebedachte macht: p. 72) aangegeven; de Rekenkamer en de ontvangergeneraal dienden verhandelingen in over den financieelen toestand en de laatste droeg verschillende middelen tot verbetering hiervan voor. Het mag niet bevreemden, dat de Staten niet ingingen op het voorstel van den Raad van State, dat hen zelf van een deel hunner macht beroofd zou hebben en tevens tegen den ontwikkelingsgang der staatsinstellingen indruischte; wèl, dat zij dlle middelen, die hun voorgehouden werden, met de grootst mogelijke onveischilhgheid behandelden. Van Rechteren wees meermalen met nadruk op het onverantwoordelijke van dit gedrag: het hielp niets. Zelfs Holland, Heinsius in het bizonder, speelde een geheel passieve rol 1 Onderwijl, het blijkt uit meer dan één uiting in deze jaren, toch niet alleen Van

Rechteren overtuigd was, dat het zóó niet langer kon gaan

En toch ging het nog jaren lang zoo door. Het was vrede en het bleef vrede; de financiën hepen na de middelen van 1715 weer zoo wat. Menig regent las in den volgenden tijd in handschrift de grootendeels in verband met de zgn. tweede Groote Vergadering