is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk erkend. Twee dagen na dit verdrag met Jozef II (8 Nov.) werd de defensieve alliantie met Frankrijk (beide te Fontainebleau) ook geteekend: de bondgenooten waarborgen elkander al hun bezit ook buiten Europa; de hulpverleening werd precies omschreven. Het was hoog tijd, dat het einde kwam. Engeland, dat sedert den vrede de Repubhek aan haar lot had overgelaten, begon zich onder invloed van een talentvol diplomaat, James Harris, juist iets meer in Den Haag te doen gelden.

De Fransche alliantie beteekende de overwinning van de patriotten in de buitenlandsche politiek: zij was de bekroning van hun jarenlang streven, waarin ook nu het wezenlijk Nederlandsch belang niet, althans in veel mindere mate dan het patriotsche partijbelang, den doorslag gegeven had. De leiding in deze zaak berustte ook in handen der Hollandsche regenten, onder wie het driemanschap der pensionarissen nu overwegenden invloed bezat. Van Bleiswijk volgde hen gedwee. Willem V. deed in de buitenlandsche zaken niet anders. Maar in de binnenlandsche was het reeds vóór het sluiten der alliantie tot een conflict gekomen. Aanleiding er toe gaven de ten deele uitgelokte oproertjes in enkele steden, waarbij het volk duidelijk partij koos voor Oranje (o.a. in Den Haag: Sinterklaas 1782; Leiden en Rotterdam: 1784). De Staten van Holland namen hunne toevlucht tot scherpe maatregelen als verbod van het dragen van uiterlijke kenteekenen, later explicite van Oranje-kleuren; strenge bestraffing van enkele belhamels *). In het bizonder de oefeningen der burgercorpsen, welker aantal tijdens de oorlQgsbedreigingen van den Keizer zeer toegenomen was, waren voor de Oranje-klanten een steen des aanstoots. Bij een bezoek van Leidscbe en Schiedamsche vrijcorporisten in Den Haag kwam het hier in September 1785 tot een niet zeer ernstige vechtpartij. Hierin zochten de Staten een gelegenheid, om het gezag van Willem V, die ze, ditmaal ten onrechte, van gebrek aan flinkheid beschuldigden, opnieuw aan te tasten: zij maakten inbreuk op het bij hem berustende commando over het Haagsche garnizioen (later werd het hem geheel ontnomen en op

•) Het mee«t bekende voorbeeld is dat van Kaat Hossel (of Catharina Mulder), tegen wie de hoofdofficier der schepenbank te Rotterdam om weinig beteekenende vergrijpen een zeer zware straf eischte; toen hem zijn eisch ontzegd werd, ging hij in hooger beroep bij het Hof van Holland: bier trad Bilderdijk als Kaat's verdediger op; bij den ommekeer in 1787 was de zaak nog niet beslist.